Als een onderneming wordt gestaakt, vindt afrekening plaats over (onder andere) de herinvesteringsreserve. Maar wanneer is sprake van staking van de onderneming? In een recente zaak waarover de rechter moest oordelen, in ieder geval niet. Een echtpaar exploiteerde een hotel-café-restaurant in de vorm van een vof. De omzet van de onderneming liep in de jaren voor 2005 terug, onder meer als gevolg van financiële problemen van een van de grote afnemers. Dit resulteerde in september 2005 tot de verkoop van het pand waarin het hotel gevestigd was. De boekwinst die daarbij werd behaald, werd toegevoegd aan een herinvesteringsreserve. In de jaren daarna kocht het echtpaar nog een eetcafé met bovenwoning, maar deze werd na een paar maanden alweer verkocht. De exploitatie van een horecazaak zoals de man en vrouw voor ogen hadden, bleek onmogelijk in dat pand. Bij het vaststellen van de aanslag over 2005 stelde de inspecteur zich op het standpunt dat de vof in dat jaar was gestaakt. En in het jaar waarin een onderneming staakt, is het volgens vaste rechtspraak niet mogelijk een herinvesteringsreserve te vormen en te handhaven. Belanghebbende was het niet mee eens met de staking en de zaak kwam voor de rechter.
Hof Arnhem gaf aan dat een herinvesteringsreserve kan worden gevormd als de ondernemingsactiviteiten tijdelijk stil worden gelegd. En een verplaatsing van een onderneming hoeft niet te leiden tot staking, als de identiteit van de onderneming dezelfde blijft. Dit laatste was aan de orde bij het hotel-café-restaurant. De rechter vond het aannemelijk dat het echtpaar het pand had verkocht omdat het te groot en te duur was geworden in de loop van de jaren. De omvang van de onderneming was immers afgenomen. Ook bestond volgens de rechter op het moment van verkoop van het pand het voornemen om in de directe omgeving de horecaonderneming op te pakken, met dezelfde klantenkring. Als dit voornemen was geslaagd, was de onderneming verplaatst en had dezelfde identiteit behouden. Het hof kwam dan ook tot de conclusie dat belanghebbende zijn onderneming niet had gestaakt, maar op het oog had deze te verplaatsen. Hij mocht dan ook een herinvesteringsreserve vormen.
De Hoge Raad heeft deze uitspraak van Hof Arnhem in januari 2012 bevestigd. Volgens ons hoogste rechtscollege geeft het oordeel van het hof geen blijk van een juiste rechtsopvatting.
Hof Arnhem 19-04-2011, nr. 09/00457 (LJN: BQ2991)
HR 27-01-2012, nr. 11/02593 (LJN: BV0294)
naar boven