Een auto die in de verhuisboedel meekomt naar Nederland, mag niet binnen een jaar na invoer worden doorverkocht. Dit blijkt duidelijk onder meer uit de voor invoer verstrekte vergunningen. Verkoopt men de auto toch, dan maakt de verkoper zich mogelijk schuldig aan belastingontduiking. De inspecteur mag dan de termijn voor een uitnodiging tot betaling verlengen tot vijf jaar.
Een belastingplichtige verhuist in 1996 vanuit de Verenigde Staten naar Nederland. Hij verzoekt de inspecteur om twee personenauto’s in het kader van de verhuisboedelvrijstelling, vrij van douanerechten en omzetbelasting, te mogen invoeren. De inspecteur verleent daartoe een vergunning met onder andere de voorwaarde dat de auto’s tot twaalf maanden na de aangifte ten invoer niet mogen worden verkocht, uitgeleend, verhuurd of verpand. Gebeurt dat wel, dan moet alsnog belasting worden betaald.
Uit onderzoek door de Fiod blijkt dat de verkoper beide auto’s binnen de termijn heeft verkocht onder het beding dat tenaamstelling van de auto’s pas na 4 december 1997 mocht plaatsvinden. Daarop heeft de inspecteur een uitnodiging tot betaling voor douanerechten en omzetbelasting doen uitgaan, met als dagtekening 30 januari 2001.
Hof Amsterdam vindt dat de auto’s binnen de daarvoor gestelde termijn zijn overgedragen, daarbij maakt het niet uit dat de auto’s tot december 1997 in het kentekenregister op naam van de verkoper hebben gestaan. De verkoper moet dan ook de douanerechten en omzetbelasting afdragen aan de inspecteur. De termijn voor het opleggen van een uitnodiging tot betaling van douanerechten is drie jaar. Deze termijn kan worden verlengd tot vijf jaar als sprake is van ontduiking van rechten en belasting. De verkoper is van mening dat hij zich aan het voorschrift heeft gehouden en de termijn dus niet tot vijf jaar verlengd mag worden. Omdat bewoordingen in de vergunningen niet voor meerdere uitleg vatbaar is, alsmede op basis van getuigenverklaring van de latere eigenaren van de auto’s, acht het hof het aannemelijk dat de verkoper zich bewust is geweest van het feit dat door zijn handelen rechten en belasting werden ontdoken. Het handelen en nalaten van de verkoper was gericht op het ontduiken van belasting. De termijn mocht tot vijf jaar worden verlengd.
HR 08-10-2010, nr. 10/00379 (LJN: BN9695)
Hof Amsterdam14-01-2010, nr. 08/01093 (LJN: BL0076)
HR 12-09-2008, nr. 41 846 (LJN: AZ6888)
Hof Amsterdam 14-02-2005, nr. 02/06099 (LJN: AS7166)
naar boven