De vennootschapsbelasting (\Vpb) kent een speciale regeling, waardoor verliezen van een houdster- of financieringsmaatschappij niet onbeperkt kunnen worden verrekend met haar winsten. Volgens de Hoge Raad is deze regeling niet in strijd met het EU-recht.
Als de werkzaamheden van een bv (bijna) het hele jaar voor minstens 90% bestaan uit het houden van deelnemingen of het financieren van andere (verbonden) vennootschappen, wordt zo’n bv een houdster- of financieringsmaatschappij (hof) genoemd. De verliezen van zo’n hof zijn dan alleen te verrekenen met winsten van jaren waarin de bv ook een hof was en ook is voldaan aan de overige voorwaarden. Over deze regeling voor hof-verliezen moest de Hoge Raad zich onlangs uitspreken.
Het ging in deze zaak om een bv met een aantal deelnemingen in andere Europese landen. In enkele gevallen had de bv een belang van minstens 95%. Zouden die deelnemingen in Nederland zijn gevestigd of een filiaal (vaste inrichting) in Nederland hebben gehad, dan had de bv met deze deelnemingen een fiscale eenheid kunnen vormen. In een fiscale eenheid kunnen bv’s de verliezen en winsten in beginsel onbeperkt verrekenen. Zij krijgen dan niet te maken met de speciale regeling voor hof-verliezen. De bv in kwestie vond dat sprake was van een ongelijke behandeling tussen bv’s met binnenlandse deelnemingen en bv’s met alleen buitenlandse deelnemingen.
De Hoge Raad was het niet eens met deze stelling. De bepaling in de vennootschapsbelasting voor beperking van de verliesverrekening maakt geen onderscheid tussen houdstervennootschappen met alleen buitenlandse deelnemingen zonder vaste inrichting in Nederland en houdstervennootschappen met binnenlandse deelnemingen. Het verschil dat ontstaat door de voorwaarde dat geen fiscale eenheid mogelijk is met een buitenlandse deelneming zonder vaste inrichting in Nederland, is niet in strijd met Europees recht. Dit is namelijk in 2010 beslist door het Europese Hof van Justitie in de zaak X Holding. Volgens de Hoge Raad geldt dit ook als het doorslaggevend voordeel om een fiscale eenheid aan te gaan, is gelegen in het feit dat hierdoor de speciale bepaling voor hof-verliezen niet van toepassing is op de bv.
naar boven