Ook bijtelling bij overlijden partner

Dat de regeling voor de bijtelling privégebruik auto vrijwel geen rekening houdt met privéomstandigheden is waarschijnlijk wel bekend. In schrijnende of minder schrijnende gevallen heeft een beroep op de hardheidsclausule dan ook vaak weinig zin. Zo hoeft u ook in het volgende geval niet op enige clementie te rekenen, blijkt uit de Kamerstukken.
Een werkneemster beschikt over een verklaring geen privégebruik auto. Zij rijdt gedurende het jaar geen privékilometers, tot haar partner in oktober komt te overlijden. Omdat zij nu wel privékilometers verwacht te gaan maken, trekt zij de verklaring geen privégebruik auto in. Vanaf oktober rijdt zij meer dan 500 privékilometers en vanaf dat moment wordt dan ook de bijtelling overgemaakt naar de Belastingdienst. De werkneemster wordt verrast door het feit dat zij ook een bijtelling verschuldigd is over de periode tot de intrekking van de verklaring. Zij heeft in die periode namelijk geen of vrijwel geen privékilometers gereden en kan dat waarschijnlijk nog bewijzen ook. Voor de bijtelling maakt dat echter niets uit. Hebt u het gehele kalenderjaar een auto van de zaak, dan moet u ook over het hele jaar een bijtelling betalen, tenzij u kunt bewijzen dat u dat hele (kalender)jaar niet boven het maximum van 500 privékilometers bent uitgekomen. Op welk moment van het jaar u die kilometers hebt gemaakt doet er niet toe, en ook niet waarom. Of u die privékilometers gedurende het jaar of bij wijze van spreken alleen op 31 december hebt gereden, maakt dan ook niet uit. Al was in het laatste geval het huren van een andere auto of taxi waarschijnlijk goedkoper geweest. Dat deze werkneemster alsnog belasting moet betalen, wekt dan ook geen verbazing.


TK 2011-2012, 33030, nr. 4