Gebruikelijk loon leden coöperatie

Lidmaatschapsrechten van een coöperatie vallen sinds 1 januari 2001 onder het aanmerkelijk belangregime. Hoewel de gebruikelijkloonregeling werd uitgebreid tot leden van coöperaties en coöperatieve verenigingen om oneigenlijk gebruik van deze rechtsvorm te voorkomen, wil dat niet zeggen dat de toepassing van dit artikel beperkt moet blijven tot gevallen waarin een dergelijk oneigenlijk gebruik aan de orde is.
Een bezoldigd bestuurder van een coöperatie heeft lidmaatschapsrechten in een coöperatie. Dat lidmaatschapsrecht vormt een aanmerkelijk belang. Bij de primitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen is, overeenkomstig de aangifte, loon uit dienstbetrekking bij de coöperatie in aanmerking genomen voor een bedrag van € 24.596. De inspecteur heeft op grond van de gebruikelijkloonregeling het loon verhoogd tot een bedrag van € 38.118 en navorderingsaanslagen opgelegd.
Volgens de bestuurder is toepassing van de gebruikelijkloonregeling in zijn geval in strijd met doel en strekking van die regeling, omdat de coöperatie nimmer is of zou worden gebruikt voor het ontgaan van belastingheffing en er geen sprake is van enig oneigenlijk gebruik van de rechtsvorm coöperatie.
De Hoge Raad is het niet eens met het standpunt van de bestuurder. Noch de tekst van de gebruikelijkloonregeling, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor een beperkte toepassing van de regeling bij coöperaties. Het motief voor de uitbreiding van het toepassingsbereik van de gebruikelijkloonregeling tot leden van coöperaties en coöperatieve verenigingen is gelegen in een (mogelijk) oneigenlijk gebruik van deze rechtsvorm. Dit enkele feit brengt nog niet mee dat de toepassing van dit artikel beperkt zou moeten blijven tot gevallen waarin een dergelijk oneigenlijk gebruik aan de orde is.

Bron: HR 09-07-2010, nr. 09/02148 (LJN: BN0628)