De inbreng van uitsluitend een maatschapaandeel is voldoende om als inbreng van een onderneming te worden aangemerkt waarop de inbrengvrijstelling van toepassing is. Het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen hoeft niet verplicht mee te worden ingebracht.
Een agrariër drijft het boerenbedrijf in de vorm van een maatschap samen met zijn vrouw, broer en schoonzuster. In 1995 worden een beheer bv en een dochter bv opgericht. De directie van beide bv’s wordt gevormd door de agrariër en zijn broer. De aandelen in beheer bv zijn verdeeld over de vier maten. In februari 2009 verzoeken de bv en de maten om de in maatschapsverband gedreven onderneming in te brengen in de bestaande beheer bv. Zij doen een beroep op de inbrengvrijstelling die geldt voor overdrachtsbelasting. Een kavel cultuurgrond, dat eigendom is van de agrariër en dat ter beschikking wordt gesteld aan de maatschap, wordt buiten de inbreng gelaten omdat hiervoor een anti-speculatiebeding geldt. Volgens dat beding moet een boete van € 96.000 worden betaald aan de Staat als de kavel binnen tien jaar na aankoop wordt verkocht. De inspecteur weigert de vrijstelling toe te passen omdat de cultuurgrond buiten de inbreng wordt gelaten en legt aan de agrariër een naheffingsaanslag overdrachtbelasting op.
Rechtbank Arnhem is echter van mening dat voor toepassing van de inbrengvrijstelling niet is vereist dat het buitenvennootschappelijk vermogen van de maten ook wordt ingebracht. Doel van de vrijstelling is om de overdrachtsbelasting geen belemmering te laten zijn bij de keuze voor de economisch gezien meest wenselijke rechtsvorm van een onderneming. Het veranderde ondernemersbegrip in de inkomstenbelasting heeft een rol gespeeld bij de verruiming van de toepassing van de inbrengvrijstelling. Om misbruik van de inbrengvrijstelling tegen te gaan moet dus worden gewaarborgd dat bij een inbreng de bestaande eigendomsverhoudingen niet wijzigen. Door het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen niet in te brengen wijzigt de eigendom daarvan niet. Ook de inbreng van alleen een maatschapaandeel kwalificeert als inbreng van een onderneming waarop de inbrengvrijstelling van toepassing is. De naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd.
naar boven