Pas op met winstrecht

Een bedrijfsmiddel dat wordt overgedragen tegen een recht op de winst uit een onderneming die niet door de verkoper wordt gedreven, kan niet leiden tot uitstel van winstneming. Het winstrecht dient dan in het jaar van staking van de onderneming te worden belast.
Een echtpaar drijft sinds 1990 een melkveebedrijf in de vorm van een maatschap en in 1999 sluiten zij een voorovereenkomst tot oprichting van een bv. In januari 2000 wordt de bv opgericht. De bv heeft als doel de exploitatie van een agrarisch bedrijf. In maart 2000 is door het echtpaar en de bv een maatschapovereenkomst ondertekend. Door het echtpaar zijn diverse zaken en rechten ingebracht, door de bv het kapitaal. Een groot deel van de goederen die zijn ingebracht worden in 2000 verkocht. In december 2000 verkoopt het echtpaar de economische eigendom tegen een winstrecht aan de bv. Die overdracht omvat grond met woning en bedrijfsopstallen. De koopsom bedraagt € 340.335 conform een door een taxateur vastgestelde waarde. De betaling van de koopsom (in feite de verzilvering van stille reserves) wordt gedeeltelijk verrekend met de rekening-courant. Voor het resterende bedrag ad € 193.946 wordt door de bv een jaarlijks winstrecht toegekend. In maart 2001 worden de economische en de juridische eigendom van de grond, woning en bedrijfsgebouwen door het echtpaar en de bv aan een derde verkocht voor € 363.024. Medio 2001 emigreert het echtpaar naar Denemarken.
Het echtpaar verwerkt het winstrecht niet in de IB-aangifte 2000. De inspecteur besluit daarom een aanslag op te leggen naar een gecorrigeerd bedrag.
De zaak belandt voor Hof Den Bosch. Uit de feiten maakt het hof op dat eind december 2000 in de maatschap nog een stuk grond met opstallen resteert, die in 2001 worden verkocht. De maatschap kan volgens het hof niet worden voortgezet in Denemarken omdat de melkquotumrechten en varkensrechten zijn verkocht en de geografische ligging in Denemarken heel anders is. Omdat de winstrechten gedeeltelijk tegenover de stille reserves staan en niet tegenover de overdracht van (een deel van) de onderneming, vindt het hof dat er sprake is van liquidatie van de onderneming. Het winstrecht moet in de jaarwinst van 2002 worden begrepen.
Voor de Hoge Raad betoogt het echtpaar dat goedkoopmansgebruik toestaat dat de waarde van het winstrecht niet onmiddellijk voor de berekening van de overdrachtswinst in aanmerking hoeft te worden genomen. De overdragende ondernemer blijft (door betalingen van de koper) indirect winst uit onderneming genieten. Volgens de Hoge Raad geldt deze regel echter niet als een bedrijfsmiddel wordt overgedragen tegen een recht op de winst uit een onderneming die niet door de verkoper wordt gedreven. Uitstel van winstneming is dan niet toegestaan als een redelijke schatting van de waarde van het winstrecht kan worden gemaakt.


HR 15-10-2010, nr. 09/00435 (LJN: BM8075)
HR 15-10-2010, nr. 09/00436 (LJN: BM8089)
Hof Den Bosch 19-12-2008, nr. 05/00102 (LJN: BH2168)