Omdat op basis van een suppletie btw is afgedragen, kan dat bedrag niet worden nageheven als de ontvanger het inmiddels betaalde bedrag terugstort op rekening van de belastingplichtige.
Een autoschadeherstelbedrijf is ondernemer voor de btw. Het bedrijf mag jaaraangifte voor de btw doen. Op 22 maart 2007 heeft het bedrijf elektronisch aangifte btw gedaan over het jaar 2006. Volgens aangifte heeft het bedrijf recht op een teruggave van € 3.295. Dit bedrag wordt uitbetaald. Op 31 maart 2007 doet het autoschadeherstelbedrijf elektronisch een verbeterde aangifte waaruit blijkt dat zij over het jaar 2006 een bedrag van € 15.821 aan btw moet betalen. Dit bedrag wordt op 30 maart 2007 bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. Ook heeft het bedrijf de eerdere teruggave van € 3.295 overgemaakt aan de ontvanger.
De verbeterde aangifte kwam op 2 april 2007 bij de inspecteur binnen. Op 4 april 2007 kondigt de inspecteur bij de gemachtigde van het bedrijf een naheffingsaanslag aan van € 19.116. De naheffingsaanslag is handmatig door de inspecteur ingebracht in het systeem van de Belastingdienst. Op 5 april 2007 geeft de ontvanger opdracht om het bedrag van € 15.821 terug te storten op rekening van het autoschadeherstelbedrijf. Op 25 april 2007 wordt de aangekondigde naheffingsaanslag opgelegd. De zaak komt voor Hof Amsterdam dat aangeeft dat de inspecteur op basis van de wet te weinig geheven belasting kan naheffen. Er kan worden nageheven als belasting op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, en die geheel of gedeeltelijk niet is betaald.
Volgens het hof hebben de inspecteur en de ontvanger, zonder daarover met elkaar contact te hebben gehad, een naheffingsaanslag aangekondigd en het afgedragen bedrag terugbetaald aan de belastingplichtige. Die terugbetaling heeft daarmee volgens het hof buiten de wil van de belastingplichtige plaatsgevonden. Terugstorting door de ontvanger kan dan niet als gevolg hebben dat voor het terugbetaalde bedrag een naheffingsaanslag wordt opgelegd. Voor het bedrag van € 15.821 kan dan ook geen naheffingsaanslag worden opgelegd.
De Hoge Raad heeft deze uitspraak bevestigd en nogmaals aangegeven dat het autoschadeherstelbedrijf, door het bedrag aan te betalen btw over het jaar 2006 te voldoen, heeft betaald. Daarmee bestaat er geen grond voor naheffing. Terugbetaling van dat bedrag door de ontvanger is dan ook geen rechtvaardiging voor het opleggen van een naheffingsaanslag.
HR 26-11-2010, nr. 09/03340 (LJN: BN7172)
Hof Amsterdam 16-07-2009, nr. 08/00709 (LJN: BJ2938)
naar boven