Vrijstelling overdrachtsbelasting

De Hoge Raad is ‘omgegaan’. De rechter oordeelde onlangs dat de vrijstelling voor overdrachtsbelasting toch kan worden toegepast bij een indirecte verwerving van ­fiscale bouwterreinen of ongebruikte nieuwbouw. De verkrijger verwerft dan door middel van aandelen in een vastgoedlichaam.
De Hoge Raad komt hiermee terug op zijn oordeel uit een arrest uit 1982. Toen oordeelde de rechter dat de vrijstelling bij de verkrijging van de aandelen van een onroerendezaaklichaam zonder meer was uitgesloten. Op 10 juni jl. meende de Hoge Raad echter dat de verwerving van de aandelen in een vastgoedlichaam is vrijgesteld van overdrachtsbelasting als de onroerende zaken van het vastgoedlichaam ten tijde van de verkrijging kwalificeren als een fiscaal bouwterrein of als ongebruikte nieuwbouw.
Op grond van de zogenoemde samenloopvrijstelling in de Wet op belastingen van rechtsverkeer, is de overdracht door een btw-ondernemer van een ongebruikt bouwterrein of een nieuw gebouwd pand belast met btw, maar vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Tot voor kort gold deze samenloopvrijstelling niet voor verkrijgingen via aandelen, die vrij zijn van btw. Maar de Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat het niet de bedoeling was om de verkrijging van de aandelen in een onroerendezaaklichaam waarin de nieuwbouw is ondergebracht, uit te sluiten van de vrijstelling.


HR 10-06-2011, nr. 10/00498 (LJN: BQ7580)