Per 1 januari 2012 is de wet BPM aangevuld met artikel 14b waarin bij de huur van een buitenlandse auto onder voorwaarden een tijdsevenredige BPM wordt gerekend. U betaalt in dat geval per saldo alleen BPM over de huurperiode omdat u bij aangifte de verschuldigde BPM op verzoek mag verrekenen met de latere BPM teruggave. Grofweg staat in artikel 14b het volgende:
1. Huurt u als inwoner van Nederland een auto bij een ondernemer uit een ander EU- of EER-land, en is de huurperiode maximaal vier jaren, dan krijgt u op verzoek en onder voorwaarden nu alvast de BPM terug die u anders pas aan het einde van de huurperiode terug had gekregen.
2. Wordt de huurperiode later gewijzigd, dan wordt ook de teruggave aangepast. Moet u bijbetalen, dan moet u binnen een maand bijbetalen en aangifte doen.
3. Voldoet u niet meer aan de voorwaarden, dan moet u binnen een maand aangifte doen en BPM betalen. Dat geldt ook als de huurperiode alsnog langer dan vier jaar blijkt te zijn.
4. De huurder moet de bovenstaande wijzigingen per omgaande schriftelijk melden aan de inspecteur.
Kortom, vanaf 1 januari jl. is er op dit gebied dan ook geen strijd meer met de Europese regels. Deze tijdsevenredige BPM is al aangekondigd bij het Belastingplan 2007, maar staat nu eindelijk in de wet. Wel gold de tijdsevenredige BPM al enige tijd op grond van een toezegging, maar een toezegging is uiteraard geen wet. De vraag is dan ook hoe de rechter zal oordelen over de jaren dat er wel een toezegging is, maar de tijdsevenredige BPM bij huur nog niet in de wet stond.
Wet: art. 14b BPM (tekst 2012)
naar boven