Verschil in stemrecht is verschil in soort aandelen

Volgens de Hoge Raad is er sprake van verschillende soorten aandelen als tussen de verschillende aandelen alleen een verschil bestaat met betrekking tot de besluitvorming omtrent uitkeringen van winst of vermogen van de vennootschap.
Een holding bv heeft drie soorten aandelen uitgegeven: cumulatief preferente aandelen, aandelen A en aandelen B. De aandelen A geven recht op vier stemmen per aandeel en de aandelen B geven recht op één stem per aandeel. Een belastingplichtige koopt in 1999 aandelen A in de holding bv. De aandelen A vertegenwoordigen 5,2% van het geplaatste kapitaal aandelen A en 3,25% van het geplaatste kapitaal aandelen A en B. In 2001 besluit de aandeelhouder zijn aandelen te verkopen. Hij houdt in zijn aangifte IB geen rekening met de bij verkoop gemaakte winst. De inspecteur is echter van mening dat er sprake is van winst uit aanmerkelijk belang en legt een navorderingsaanslag op.
Voor de rechter is het de vraag of de door holding bv uitgegeven aandelen A en aandelen B voor toepassing van de Wet IB verschillende soorten aandelen vormen. Hof Arnhem is van mening dat de aandelen, die alleen verschillen in stemrecht bij gelijke rechten op de winstreserves, één soort aandelen vormen. De Hoge Raad is echter een andere mening toegedaan. Aandelen met een benoemingsrecht, het recht de naam van de vennootschap te mogen bepalen of waaraan een met die rechten vergelijkbaar recht is verbonden, dan wel doordat ter zake van die aandelen een bijzondere aanbiedingsregeling of daarmee vergelijkbare regeling geldt, kunnen volgens de wet als gelijkgestelde aandelen worden aangemerkt. Deze bepaling wijst erop dat de gelijkstelling niet voor alle verschillen in zeggenschap geldt. In de wetsgeschiedenis zijn onvoldoende aanwijzingen te vinden die een andere uitleg voorstaan. Volgens de Hoge Raad is dan ook van verschillende soorten aandelen sprake als tussen de verschillende aandelen alleen een verschil bestaat met betrekking tot de besluitvorming omtrent uitkeringen van winst of vermogen van de vennootschap. De in de aandelen A en de aandelen B belichaamde rechten verschillen wat betreft het stemrecht over de vaststelling of uitbetaling van dividenden en over andere kwesties die de vermogenspositie van de vennootschap rechtstreeks raken. De aandelen kunnen dan ook niet worden aangemerkt als aandelen van dezelfde soort. De zaak wordt verwezen naar Hof Amsterdam.


HR 16-12-2011, nr. 10/00158 (LJN: BN7252)