EU-burgers die goederen in het buitenland erven, krijgen vaak een belastingrekening gepresenteerd van meer dan één lidstaat. In extreme gevallen kan het zelfs zo ver gaan dat de belastingen even hoog zijn als de totale waarde van de buitenlandse nalatenschap, omdat verschillende lidstaten de heffingsbevoegdheid opeisen over dezelfde nalatenschap of omdat zij nalatenschappen in het buitenland zwaarder belasten dan in het binnenland. Om dit aan te pakken, heeft de Europese Commissie eind vorig jaar een pakket maatregelen op het gebied van successiebelasting aangenomen.
Volgens de EC zijn er bij successiebelasting in grensoverschrijdende situaties in de EU twee grote knelpunten. Het eerste is dat van dubbele of meervoudige belasting, wanneer meer dan één lidstaat dezelfde nalatenschap wil belasten. Het tweede probleem is dat burgers kunnen worden geconfronteerd met discriminatie. Sommige lidstaten hanteren namelijk een hoger belastingtarief als de nalatenschap, de overledene en/of de erfgenaam zich buiten hun grondgebied bevinden.
Wat betreft het eerste probleem stelt de EC geen harmonisatie van de successiebelastingregels van de lidstaten voor, maar doet zij een aanbeveling voor een bredere en flexibelere toepassing van de nationale voorkomingsregelingen voor dubbele belasting. In de aanbeveling die in het pakket is opgenomen, worden voorstellen gedaan waarmee lidstaten hun bestaande nationale regelingen kunnen verbeteren om dubbele belasting op passende wijze te verzachten. De aanbeveling reikt ook oplossingen aan voor gevallen waarin verschillende lidstaten heffingsbevoegd zijn.
Voor wat betreft het tweede probleem wijst de EC op het EU-recht dat in dergelijke gevallen duidelijk is: de lidstaten moeten de in het Verdrag neergelegde basisbeginselen van non-discriminatie en vrij verkeer in acht nemen.
Over drie jaar zal de Commissie de ontwikkelingen evalueren en zo nodig beslissen of er verdere stappen moeten worden ondernomen op nationaal of EU-niveau.
naar boven