Standaardvoorwaarde alsnog ter beoordeling

Van een belastingplichtige kan niet worden gevergd dat hij, op het moment dat hij bezwaar kan maken tegen de beschikking, onderzoek doet naar alle mogelijke consequenties die de standaardvoorwaarden uit de beschikking in de toekomst blijken te hebben.
Een ondernemer heeft per 1 december 2000 zijn onderneming geruisloos ingebracht in een bv. De inspecteur heeft een beschikking afgegeven met daarin de voorwaarden (de zogenoemde standaardvoorwaarden) voor geruisloze inbreng. De ondernemer en zijn bv hebben geen bezwaar gemaakt tegen de beschikking. In het vermogen van de ingebrachte onderneming zit een belang van 50% in het geplaatste kapitaal van een derde bv. Dit belang is in 2002 door de bv verkocht met een resultaat van € 104.369. De bv wil dit resultaat onder de deelnemingsvrijstelling laten vallen. Volgens Hof Den Bosch is dit niet mogelijk omdat standaardvoorwaarde 8a dit verbiedt. Doordat de bv geen bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking, staan de in de beschikking opgenomen standaardvoorwaarden onherroepelijk vast.
De Hoge Raad vindt echter dat zowel de ondernemer als de bv de rechtsgeldigheid van de standaardvoorwaarden ter toetsing kan voorleggen als uitvoering wordt gegeven aan een van die standaardvoorwaarden in een opgelegde aanslag. Van een belastingplichtige kan niet worden gevergd dat hij, op het moment dat hij bezwaar kan maken tegen de beschikking, onderzoek doet naar alle mogelijke consequenties die de beschikking in een toekomstige constellatie zal kunnen blijken te hebben. Een belastingplichtige kan dan ook in een procedure tegen de aanslag aanvoeren dat de aanslag niet op een bij de beschikking gestelde voorwaarde had mogen worden gebaseerd omdat de uitvoering van die voorwaarde onredelijk bezwarend is dan wel niet bijdraagt aan het met de beschikking beoogde doel, te weten de verzekering van de heffing en invordering van de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting die verschuldigd zouden zijn indien van een geruisloze overgang geen sprake zou zijn of wegens een ander gebrek dat kleeft aan een in de beschikking gestelde voorwaarde.
In dit geval vond de Hoge Raad overigens dat standaardvoorwaarde 8a niet in strijd met het recht was toegepast. Er vond slechts heffing van een belasting plaats naar de winst over de ten tijde van de inbreng in de deelneming besloten liggende stille reserve.


HR 17-12-2010, nr. 09/01580 (LJN: BO7489)