Onwaarschijnlijke fout

De inspecteur moet in beginsel over een nieuw feit beschikken als hij een navorderingsaanslag wil opleggen. Als hij dit feit al uit de aangifte had kunnen halen, is geen sprake van een nieuw feit. Aan de andere kant mag de fiscus ervan uitgaan dat de belastingplichtige geen onwaarschijnlijke fouten maakt. Dit is nog sterker het geval als de belastingplichtige een belastingadvieskantoor is. Dit blijkt uit een recente zaak voor Rechtbank Arnhem.
In deze zaak had de Belastingdienst een belastingadvieskantoor (een bv) een ambtshalve aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar van de bv verminderde de fiscus de aanslag. Naar aanleiding van een onderzoek naar de aangifte 2006 ontdekte de Belastingdienst dat de bv in haar bezwaarschrift ten onrechte de resultaten van een dochtermaatschappij, die met de bv in een fiscale eenheid was gevoegd, niet had meegenomen. Volgens de rechtbank mocht de fiscus navorderen, omdat de inspecteur ervan uit mocht gaan dat de bv zo’n duidelijke fout niet zou maken. Consolidatie is immers kenmerkend bij een fiscale eenheid.


Rb. Arnhem 21-07-2011, AWB 11/120 (LJN: BR2533)