Uw privéauto en de btw

Het is u vast niet ontgaan dat de btw-regeling rondom het privégebruik van de auto van de zaak per 1 juli ingrijpend is gewijzigd. Dat door deze wijziging ook andere bijzondere regelingen zijn afgeschaft, hebben wij eerder gemeld. Maar, hoe zit het nu precies met het zakelijke gebruik van uw privéauto? Mag u de 75%-regeling nu nog wel gebruiken of niet? Omdat hierover in de praktijk veel onduidelijkheid bestaat, zetten wij de regeling en de meningen hierover voor u op een rij.

Hoe was het tot 1 juli 2011?
Over de periode tot 1 juli 2011 mag u, wanneer u uw privéauto ook voor uw onderneming gebruikt, de btw op het onderhoud en het gebruik van die auto terugvragen. Let op: dus niet de btw op de aanschaf, want daarvoor moet de auto op de balans van uw onderneming staan.
U mag deze onderhouds- en gebruiks-btw alleen aftrekken voor zover u btw-belaste prestaties verricht (voorwaarde 1) en voor zover die btw op de zakelijke kilometers betrekking heeft (voorwaarde 2). Aan voorwaarde 1 gaan wij hier voorbij. Om aan voorwaarde 2 te voldoen kunt u een kilometeradministratie gebruiken. Maar, mocht u geen mogelijkheden, zin of tijd hebben om zelf uit te zoeken welk deel van de btw nu zakelijk is, dan mag u uitgaan van een standaardverdeling. U mag er dan van uit gaan dat 75% van de btw zakelijk is en 25% privé. Deze 75%-regeling is afkomstig uit een besluit uit 2004 waar onder meer het volgende in staat vermeld: ‘De mate waarin omzetbelasting in aftrek kan worden gebracht dient aan de hand van de administratie van de ondernemer te worden vastgesteld. Biedt de administratie onvoldoende aanknopingspunten om tot een juiste vaststelling van het gebruik van de auto in het kader van de onderneming te komen, dan kan ik mij ermee verenigen, dat het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de in rekening gebrachte omzetbelasting wordt bepaald op 75%’.

Hoe is het vanaf 1 juli 2011?
Mag u vanaf 1 juli de 75%-regeling nog gebruiken? De meningen over hoe de regeling vanaf 1 juli 2011 is, zijn, zoals gezegd, verdeeld.
Men is het erover eens dat op 1 juli weliswaar een btw-besluit is ingetrokken, maar dat is niet het bovengenoemde besluit uit 2004 over de 75%-regeling. Daarna lopen de meningen uiteen.

Mening 1: de 75%-regeling is niet vervallen
Omdat het besluit niet is ingetrokken, kunt u de 75%-regeling blijven gebruiken.

Mening 2: de 75%-regeling is wel vervallen
Hoewel het besluit niet is ingetrokken, is de 75%-regeling wel vervallen omdat de tekst van deze regeling gebaseerd is op een regeling (artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking) die per 1 juli is komen te vervallen.
Voor de liefhebbers hierbij een meer officiële weergave van deze zin: ‘Dat het besluit van 2004 niet is ingetrokken is verklaarbaar want de punten 1 tot en met 3 van het betreffende besluit gaan namelijk over de vermogensetikettering van investeringsgoederen. Punt 4 van het besluit is echter een uitleg van artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking, waarbij in punt 4b de goedkeuring staat dat 75% van de btw op brandstof en onderhoud mag worden afgetrokken als de administratie onvoldoende aanknopingspunten biedt om het aftrekrechtpercentage te bepalen. Omdat artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking per 1 juli 2011 is komen te vervallen, heeft ook punt 4 van het Besluit zijn rechtskracht van verloren.’

Wat nu?
Ik deel persoonlijk mening 2: u mag de 75%-regeling naar mijn mening officieel niet meer toepassen. Dit zou betekenen dat u vanaf 1 juli het werkelijk gebruik goed moet administreren (Let op: woon-werkkilometers zijn sinds 1 juli voor de btw privé). Diverse medewerkers van de Belastingdienst geven echter telefonisch aan dat u, tot nader bericht, de 75%-regeling gewoon mag gebruiken. Gezien de meningsverschillen in de praktijk, is dat waarschijnlijk een pleitbaar standpunt. Wilt u absolute zekerheid, vraag de Belastingdienstmedewerker om deze toezegging op papier te zetten, of stuur zelf een schriftelijke bevestiging naar de Belastingdienst.

Inmiddels hebben wij het ministerie officieel verzocht om aan te geven welke mening men deelt en wat de huidige stand van zaken is. Uiteraard houden wij u op de hoogte van een eventuele reactie van het ministerie.


Mogelijkheid om een investeringsgoed geheel of ten dele tot het bedrijfsvermogen of het privé-vermogen te rekenen