De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de onderhoudsverplichting jegens kinderen kan worden aangemerkt als een schuld net als de alimentatieverplichting aan de ex-echtgenoot. Ook kinderalimentatieverplichtingen kunnen een waarde in het economische verkeer hebben.
Rechtbank Breda had een belastingplichtige, die zijn alimentatieverplichtingen voor zowel zijn ex-echtgenote als zijn kinderen als schuld wilde meenemen in box 3, in het gelijk gesteld. De staatssecretaris heeft tegen deze uitspraak cassatie ingesteld, maar de Hoge Raad is het eens met de uitspraak van de rechtbank. Volgens de wet zijn schulden verplichtingen die een waarde hebben in het economische verkeer. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichtingen tot het doen van periodieke uitkeringen buiten aanmerking moeten worden gelaten als daaraan een waarde in het economisch verkeer is toe te kennen. Hoewel onderhoudsverplichtingen jegens kinderen een ander karakter hebben dan die jegens een voormalige echtegenoot en die verplichtingen van oudsher en in de Wet IB op eigen wijze worden behandeld, ontbreekt een bepaling die deze verplichtingen niet tot de schulden rekent. Aangezien aan de alimentatieverplichting voor kinderen een waarde kan worden toegekend in het economisch verkeer, is er onvoldoende reden om deze verplichting anders te behandelen dan de alimentatieverplichting jegens de ex-echtgenoot. De verplichtingen kunnen dan ook als schuld meegenomen worden in box 3
Hoge Raad 11-02-2011, nr. 10/00367 (LJN: BO0403)
Rb. Breda 11-12-2009, nr. AWB 08/5017(LJN: BK8074)
naar boven