De Hoge Raad is om voor wat betreft het meetellen van vrijgesteld salaris van functionarissen bij internationale organisaties, om de hoogte van de inkomensafhankelijke drempel te bepalen voor buitengewone uitgaven.
Een werknemer bij de Europese Octrooiorganisatie werkte in 2005 in Nederland. Het inkomen van bepaalde werknemers bij internationale organisaties zoals de Europees Octrooiorganisatie zijn vrijgesteld van belastingheffing op basis van een Protocol. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 2005 nam de werknemer het vrijgestelde salaris van de Europese Octrooiorganisatie dan ook niet mee voor het berekenen van de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven. De inspecteur was het daar niet mee eens. Hof Den Haag was, op basis van een eerder arrest van de Hoge Raad, van mening dat het vrijgestelde salaris niet mee hoefde te worden genomen voor de berekening van de drempel.
Ons hoogste rechtscollege is inmiddels echter een andere mening toegedaan. Volgens het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie zijn bepaalde personen onderworpen aan een belasting ten gunste van de Organisatie op door de Organisatie betaalde salarissen en emolumenten. Deze salarissen en emolumenten zijn vanaf de datum waarop deze belasting ingaat vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting. Volgens de Hoge Raad kan uit de bewoordingen van deze bepaling niet worden afgeleid dat de bepaling zo ruim moet worden uitgelegd dat de bedoelde salarissen en emolumenten ook buiten aanmerking moeten blijven in het geval waarin de draagkracht van de functionaris moet worden vastgesteld met het oog op een persoonsgebonden aftrek. Die aftrek komt in mindering op de belasting die de functionaris is verschuldigd over zijn overige inkomsten waarop de vrijstelling niet van toepassing is. Daarbij komt dat een goed en onafhankelijk functioneren van een internationale organisatie niet vergt dat aan een belastingvrijstelling die ruime uitleg wordt gegeven. Een en ander sluit aan bij een uitleg die de Hoge Raad eerder heeft gegeven aan een vergelijkbare regeling voor functionarissen die in dienst zijn bij de Europese Gemeenschappen. Dezelfde dag is een vergelijkbaar arrest gewezen voor een functionaris die in dienst was bij de NAVO.
HR 04-02-2011, nr. 10/01513 (LJN: BP2997)
HR 04-02-2011, nr. 09/01536 (LJN: BN3539)
naar boven