Een herinvesteringsreserve kan niet langer worden toegepast als het vervangende bedrijfsmiddel niet een zelfde economische functie zal hebben als het vervreemde bedrijfsmiddel. Verhuur binnen een fiscale eenheid waarbij het pand de functie heeft van bedrijfspand in eigen gebruik is anders dan de functie van een aan een derde te verhuren pand.
Holding Beheer heeft tot 2006 alle aandelen in een werkmaatschappij. De dga van de holding bezat ook alle aandelen in Verhuur bv. De drie vennootschappen vormen samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De werkmaatschappij oefent haar werkzaamheden uit in bedrijfspanden die worden gehuurd van Holding Beheer. Naast een van de bedrijfspanden ligt een stuk grond dat ook eigendom van de holding is. De grond heeft een agrarische bestemming maar de holding heeft van de gemeente de toezegging dat de bestemming kan worden gewijzigd. Een en ander is uiteindelijk op 23 september 2010 geregeld. In 2002 heeft de holding een van haar bedrijfspanden verkocht, waarbij een boekwinst werd gerealiseerd van € 3.801.168. Deze boekwinst is opgenomen in een herinvesteringsreserve. De holding was van plan een nieuw bedrijfspand te realiseren, bestemd om te worden verhuurd aan de werkmaatschappij. De inspecteur heeft op verzoek van de dga de termijn voor toepassing van de herinvesteringsreserve verlengd tot 31 december 2006. Op 6 januari 2006 heeft de werkmaatschappij haar activa en passiva overgedragen aan een ander niet-gelieerde bv. De holding heeft vervolgens het bedrijfspand verhuurd aan die derde en ook afspraken gemaakt over verhuur op grond van de te realiseren nieuwbouw. Op 1 mei 2006 zijn de werkmaatschappij en Verhuur bv geliquideerd.
De inspecteur heeft geweigerd de termijn voor de herinvesteringsreserve te verlengen en aangegeven dat de gevormde reserve moet worden toegevoegd aan de winst over 2006. De winst van de holding is dan ook verhoogd met de vrijgevallen reserve. Volgens de inspecteur kan de herinvesteringsreserve niet meer worden toegepast omdat het vervreemde bedrijfsmiddel niet een zelfde economische functie had als het vervangende bedrijfsmiddel zal hebben.
Volgens Hof Arnhem heeft de inspecteur gelijk als hij stelt dat verhuur binnen een fiscale eenheid waarbij het pand de functie heeft van bedrijfspand in eigen gebruik anders is als de functie van een aan een derde te verhuren pand. Uit de wet blijkt immers dat het moet gaan om eenzelfde economische functie. Dit moet letterlijk worden uitgelegd.