Geen eigen woning als kosten niet drukken

Er is sprake van een eigen woning, als de eigenaar (of diens partner) voordelen uit de woning geniet, de waardeverandering van de woning hem aangaat en de kosten en lasten op hem drukken. Deze laatste voorwaarde stond centraal in een uitspraak van Hof Den Bosch.
Het ging in deze zaak om een man die in 1989 de woning van zijn ouders had gekocht. Daarbij hadden de ouders een levenslang zakelijk recht van gebruik en bewoning gekregen. De man woonde met zijn ouders samen in de woning en zij vormden één huishouden. De ouders van de man moesten alle onderhoudskosten, zakelijke lasten en belastingen van de woning voor hun rekening nemen zolang zij de woning bewoonden of gebruikten. In juli 2002 overleed de vader. De zoon trouwde in 2004 en vanaf dat jaar werd zijn echtgenoot ook een medebewoner. Van 2002 tot en met 2005 nam de zoon alle kosten en lasten voor zijn rekening. Hij vond dat hij de economische eigendom van de woning had. Daarom wilde hij deze in zijn aangifte inkomstenbelasting opgeven als eigen woning. De Belastingdienst stak daar een stokje voor. Uiteindelijk kwam de zaak voor Hof Den Bosch.
Voor het hof was het duidelijk dat de zoon voordelen uit de woning genoot en dat eventuele waardeveranderingen van de woning vooral hem aangingen. Bovendien vormde de woning voor zijn huishouden het hoofdverblijf. Maar volgens het hof drukten de kosten en lasten van de woning niet op hem of zijn partner. De zoon betaalde wel de kosten en lasten, maar kon deze verhalen op zijn ouders. Er was immers afgesproken dat de ouders de kosten en lasten voor hun rekening zouden nemen zolang zij de woning bewoonden of gebruikten. Door dit verhaalsrecht drukten de kosten en lasten uiteindelijk op de ouders. De zoon kon in 2002 geen fiscaal partnerschap aangaan met zijn vader of moeder. De woning vormde voor hem daarom geen eigen woning.


Hof Den Bosch 28-01-2011, nr. 09/00641 (LJN: BQ3628)