Een ondernemer heeft een creatieve constructie bedacht voor zijn auto van de zaak. Hij gebruikt de auto zakelijk en privé, maar daarnaast verhuurt hij deze auto ook nog voor een zakelijke huurprijs aan zijn fiscale partner. Zijn kilometers houdt hij keurig bij in een rittenregistratie waarin hij aangeeft welke kilometers privé zijn, welke zakelijk en welke kilometers de auto verhuurd was aan zijn partner. Het aantal genoteerde privékilometers blijft onder de grens van maximaal 500 per kalenderjaar. De ondernemer geeft dan ook een bijtelling van nihil aan. De inspecteur is echter wat minder onder de indruk van zijn creativiteit en merkt een deel van de verhuurkilometers aan als privékilometers van de ondernemer. Dit gaat met name om de bijna 4.000 verhuurkilometers die zijn gebruikt voor de gezinsvakantie naar Frankrijk. Hierdoor komt het aantal privékilometers ruimschoots boven de 500 uit. Een navorderingsaanslag met bijtelling kan dan ook niet uitblijven. De ondernemer stapt hiermee naar de rechter.
Bij de rechter struikelt de ondernemer over het feit dat hij mee is geweest op vakantie. Ook al zou de verhuur aan zijn partner zakelijk zijn geweest, dan maakt alleen al het feit dat de ondernemer zelf tijdens die verhuur ook heeft kunnen genieten van de auto de vakantieritten tot privérit. De rechter hoeft dus geen oordeel meer te geven over de zakelijkheid van de (mondeling overeengekomen) autohuur. Wel wijst de rechter er op dat de rittenregistratie eventuele andere privékilometers niet uitsluit omdat de verhuurkilometers slechts in totalen worden vermeld en niet per afzonderlijke rit. Ook kan de ondernemer niet op een andere manier bewijzen dat de verhuurkilometers geen privékilometers bevatten. De bijtelling plus boete blijft dus staan.
naar boven