Uitstel van betaling bij te late btw-teruggave

Staatssecretaris Weekers heeft in een besluit tijdelijke maatregelen aangekondigd voor ondernemers die door de vertraagde uitbetaling van een btw-teruggave niet aan hun belastingverplichtingen kunnen voldoen. Financiën kondigde al eerder aan dat ondernemers, van wie het doorsturen van de buitenlandse btw-teruggave in 2010 vertraging heeft opgelopen, recht hebben op een rentevergoeding.
Een ondernemer kan een verzoek om uitstel van betaling indienen als hij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  1. De ondernemer heeft een verzoek om teruggaaf van in een andere lidstaat betaalde btw ingediend bij de Belastingdienst. De ondernemer moet aannemelijk maken, bijvoorbeeld door een schermafdruk, dat hij het verzoek heeft ingediend.
  2. De ondernemer moet aannemelijk maken dat hij liquiditeitsproblemen heeft en dat die het gevolg zijn het niet binnen een redelijke termijn uitkeren van de teruggaven.
  3. De ondernemer moet aan de ontvanger een schriftelijke verklaring overleggen waarin staat dat hij tot betaling zal overgaan zodra de andere lidstaat de verzochte teruggaaf heeft verleend of zodra de ander lidstaat hem heeft medegedeeld de teruggaaf niet te verlenen.
  4. Als het bedrag van de openstaande belastingschuld groter is dan het bedrag van de verwachte teruggaaf, voldoet de ondernemer het verschil tussen die twee bedragen. Voor die voldoening gelden de wettelijke betalingstermijnen.

De volgende aanvullende voorwaarden gelden:

  • De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel de voorwaarde van zekerheidstelling verbinden.
  • Het uitstel geldt voor belastingaanslagen. Ook kan uitstel worden verleend voor belasting die op aangifte wordt gedaan, alleen wordt dan pas uitstel verleend als een naheffingsaanslag is opgelegd.
  • Er is geen sprake van een verzuim als het uitstel voor een aangiftebelasting wordt aangevraagd voor het tijdstip waarop de voldoening of afdracht moet plaatsvinden.
  • Wordt uitstel verleend, dan is de ondernemer invorderingsrente verschuldigd tot het moment waarop hij het bedrag van de teruggaaf aan de ontvanger heeft betaald.

Het besluit treedt in werking op 24 maart 2011.
 


MvF 15-03-2011, nr. BLKB2011/357M (Stcrt. 23 maart 2011, nr. 5025)