Ook werknemers kunnen creatief zijn met de bijtelling. Een werknemer rijdt gedurende een aantal jaren in een auto van de zaak. Hij gebruikt hiervoor een verklaring geen privégebruik. Deze neemt hij mee tijdens zijn wisseling van werkgevers. Op een gegeven moment wil de inspecteur de rittenregistratie inzien. Hierbij blijken diverse zaken niet te kloppen. De inspecteur heeft commentaar, omdat de werknemer steeds exact dezelfde afstanden noteert voor zijn woon-werkverkeer. Daarnaast meldt hij geen garagebezoeken, terwijl deze wel zijn afgelegd. De rittenregistratie vermeldt bovendien wel de bezochte gemeenten, maar niet de bezochte adressen. Ook zijn er enkele verschillen tussen de genoteerde kilometers en de kilometerstanden die het garagebedrijf heeft opgegeven aan de Nationale autopas. Dat de werknemer op een bepaalde datum een verkeersovertreding begaat in een gemeente die hij volgens zijn rittenregistratie op die dag niet heeft bezocht, doet zijn zaak ook geen goed. De doodsteek is – naar wij aannemen – echter wel het feit dat de werknemer door de politie is aangehouden in zijn auto van de zaak. De reden voor de aanhouding is dat de kentekenplaat niet hoort bij de auto van de zaak, maar bij een heel andere auto, de privéauto van de werknemer…. Bij de politie verklaart hij dat hij de kentekenplaten wisselt om onder de bijtelling uit te komen.
Enfin, hoewel deze feiten zich in verschillende jaren hebben afgespeeld, kunnen wij aannemen dat het totale plaatje bij de rechter niet echt in het voordeel van de werknemer heeft gewerkt. De werknemer zat dus ook in hoger beroep aan de bijtelling vast.
Hof Arnhem 29-12-2011, nrs. 11/00337, 11/00336, 11/00335 en 11/00329 (LJN: BV0822)
naar boven