Een werknemer heeft het recht om bij wijziging van dienstbetrekking waardeoverdracht van zijn pensioenrechten toe te passen. Bij een eindloon of middelloon pensioentoezegging heeft dit voor de oude en de nieuwe werkgever mogelijk aanzienlijke financiële gevolgen vanwege de bijbetalingsproblematiek. Dit probleem doet zich
overigens niet voor bij een beschikbare premieregeling. Ook bij waardeoverdracht van of naar een bedrijfstakpensioenfonds speelt de bijbetalingsproblematiek niet.
De pensioenen in een pensioencontract dat een werkgever met een verzekeringsmaatschappij heeft gesloten, worden doorgaans berekend tegen een rekenrente van 3%. Er bestaan echter nog (oude) premievrije contracten, die tegen een rekenrente van 4% zijn berekend. Daarnaast heeft recent een aantal verzekeraars hun rekenrente voor nieuw af te sluiten contracten verlaagd naar 2,5%. Er bestaan dus verschillende rekenrentes. Indien een waardeoverdracht plaatsvindt, dient de waarde van de pensioenrechten van de werknemer berekend te worden tegen het zogenaamde ‘standaardtarief waardeoverdracht’. Voor 2011 lag dit tarief op 2,984% en voor 2012 is dit vastgesteld op 2,802%.
Indien de oude werkgever de waarde van het pensioen heeft berekend tegen 3% of 4%, zal er bij overdracht tegen 2,802% (in 2012) een koopsom moeten worden bijbetaald. Dezelfde pensioenrechten ‘kosten’ namelijk meer met 2,802% rekenrente dan met 3% of zelfs 4%. De oude werkgever moet dan een koopsom betalen voor een vertrekkende werknemer! Een dergelijke koopsom kan naar rato van de diensttijd, leeftijd en salaris van de werknemer aanzienlijk oplopen, soms wel tot enige tienduizenden euro’s. De pensioenverzekeraar van de nieuwe werkgever krijgt een koopsom binnen die is berekend tegen een rekenrente van 2,802%. Indien de contractrente 3% is, zal er dus minder nodig zijn om dezelfde rechten in te kunnen kopen. De nieuwe werkgever krijgt echter geen geld terug, maar moet het ‘teveel ontvangen bedrag’ in de pensioenpolis van de werknemer storten voor mogelijke toekomstige indexatie. Indien het contract van de nieuwe werkgever echter een lagere rekenrente kent dan het standaardtarief waardeoverdracht, bijvoorbeeld 2,5%, dan zal ook de nieuwe werkgever moeten bijbetalen.
Waardeoverdracht kan in 2012 in sommige situaties leiden tot een (soms aanzienlijke) bijbetaling voor zowel de oude als de nieuwe werkgever. Dat is iets om terdege rekening mee te houden. Het is te adviseren om de werknemer in het waardeoverdracht traject goed te (laten) begeleiden. Waardeoverdracht is immers niet in alle gevallen zinvol en kan voor een werknemer zelfs nadelig uitpakken. Goed advies voorkomt op die manier wellicht een bijbetaling voor de werkgever.
Onderdekking
Waardeoverdrachten tussen bedrijfstakpensioenfondsen, is niet altijd mogelijk vanwege een aanwezige onderdekking (dekkingsgraad is lager dan 105%). Waardeoverdrachten worden dan uitgesteld tot het moment dat het betreffende bedrijfstakpensioenfonds de dekking weer op orde heeft. Dat leidt dan tot een vloed aan waardeoverdrachten. Indien dergelijke waardeoverdrachten plaatsvinden naar verzekerde regelingen, kan het zijn dat de nieuwe werkgever pas over een aantal jaren de rekening daarvoor krijgt. Houdt daarom lopende waardeoverdrachten goed bij om niet later voor onvoorziene verrassingen te komen staan.