Vergoeding stallingkosten auto belast

Een maatschap die aan haar werknemer een auto ter beschikking stelt, betaalt de werknemer een vergoeding van € 100 per maand voor stalling in diens garage. De inspecteur stelt dat dit loon is en legt een naheffingsaanslag loonbelasting op.
De inspecteur baseert zich op de Wet op de loonbelasting waarin is bepaald dat vergoedingen ter zake van parkeergelegenheid in of bij de woning van de werknemer niet tot de vrije vergoedingen behoren. De maatschap meent dat deze wetsbepaling niet van toepassing is, omdat de wetsbepaling inzake de bijtelling voor privégebruik voorrang geniet. Zij baseert zich daarbij op een arrest van de Hoge Raad uit 2007 waarin wordt gesteld dat in de hoogte van het bijtellingspercentage reeds rekening is gehouden met de vergoeding voor de stallingskosten. Voor wat betreft dit laatste onderschrijft de rechtbank het standpunt van de maatschap, echter de rechtbank meent dat hiervan juist een waardedrukkend effect is uitgegaan en verbindt daaraan de conclusie dat, nu de kosten voor stalling reeds vergoed zijn via het autokostenforfait, de onderhavige vergoeding dus niet meer kan strekken tot het vergoeden van stallingskosten.
Daarnaast stelt de maatschap dat de wetgever bij het opstellen van de wetsbepaling inzake de parkeergelegenheid in of bij de woning van de werknemer zijn beoordelingsvrijheid heeft overschreden. Dit standpunt wijst de rechtbank af: het is niet aan haar om wetten in formele zin te toetsen aan de Grondwet of algemene rechtsbeginselen.


. Breda 16-03-2011, nr. 10/5050 (LJN: BQ0235)