Schenking bij overdracht

Omdat bij overdracht van een agrarisch bedrijf de overnameprijs niet is afgestemd op de mogelijkheid om de onderneming rendabel voort te zetten wordt een schenking aangenomen. Daarbij speelt mee dat de overnemer ten tijde van de overname niet meer de bedoeling had om het bedrijf voort te zetten.
Een agrariër heeft van 21 oktober 1982 tot 1 mei 2001 in een maatschap samen met zijn vader een agrarische onderneming gedreven. Op 1 mei 2001 is vader uit de maatschap getreden en heeft de zoon de onderneming voortgezet op basis van een in de maatschapakte opgenomen recht. Op 3 december 2001 heeft vader de eigendom van de onroerende zaken in de onderneming overgedragen aan zijn zoon tegen een koopprijs van € 651.720,05. Van de koopprijs wordt € 22.689,01 kwijtgescholden. De agrariër emigreert binnen anderhalf jaar naar Frankrijk, waar hij een melkveehouderij heeft overgenomen. Het bedrijf in Nederland verkoopt hij aan een derde.
De inspecteur besluit alsnog een aanslag recht van schenking op te leggen voor het verschil tussen de waarde in het economische verkeer ad € 1.952.187 en de overdrachtsprijs ad € 651.720,05. Volgens de inspecteur zijn de agrariër en zijn vader zich ten tijde van de overname er van bewust geweest dat de agrariër niet van plan was de onderneming van vader voort te zetten. Ook was de verkoopprijs niet afgestemd op de mogelijkheid om de onderneming rendabel voort te zetten.
De agrariër vindt echter dat het de bedoeling was de onderneming rendabel voort te zetten en dat er geen sprake is van een bevoordelingbedoeling.
De Hoge Raad oordeelt dat, in navolging van de arresten uit maart 2009, moet worden nagegaan of het om de nakoming van een verplichting gaat waarbij de waardering op een lagere waarde dan de economische waarde noodzakelijk is om voortgezette bedrijfsuitoefening te verzekeren. Dat leidt niet tot een schenking.
Volgens Hof Arnhem staat vast dat vader en zoon pas begin 2001 overeenstemming hebben bereikt over het moment waarop en de voorwaarden waaronder de zoon het bedrijf zou voortzetten. Het hof acht het aannemelijk dat de agrariër, vanwege zijn emigratie, op het moment van overeenstemming niet meer de bedoeling had het bedrijf over te nemen en duurzaam voort te zetten. De vader van de agrariër moet zich daar van bewust zijn geweest. Daarmee heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de overnameprijs niet was afgestemd om de mogelijkheid om de onderneming rendabel voort te zetten. Daarbij komt dat er geen berekeningen van adviseurs kunnen worden overlegd waaruit blijkt dat rekening is gehouden met de rechtsverhouding en de rentabiliteit van de onderneming ter bepaling van de overnameprijs.


Hof Arnhem 28-09-2010, nr. 10/00071 (LJN: BO0520)
HR 12-02-2010, nr. 09/00193 (LJN: BL3589)