Versoepeling regeling deeltijdpensioen

Om de mogelijkheden voor (gedeeltelijk) vervroegde pensionering in combinatie met (gedeeltelijk) doorwerken te verbeteren, wordt voortaan bij het ingaan van een pensioen op 60-jarige of latere leeftijd niet meer getoetst of de arbeidsinkomsten ook verminderen.
Tot voor kort was de fiscale regeling dat bij vervroegd (deeltijd) pensioen de economische activiteiten dienovereenkomstig dienden te verminderen. Was dat niet het geval, dan werd de gehele aanspraak op de vervroegde ingangsdatum belast.
In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat dit belemmerend werkt bij flexibele invulling van (gedeeltelijk) vervroegd uittreden in combinatie met doorwerken in deeltijd en/of demotie. Ook leidde de regeling tot ongelijke behandeling van tot 2006 opgebouwde rechten op prepensioen, vroegpensioen en overbruggingspensioen. Niet in alle gevallen waren die rechten namelijk omgezet in een ouderdomspensioen ingaande op 65 jaar, maar bleven ze ongewijzigd in stand. Bij een vervroegd (deeltijd)pensioen in combinatie met arbeidsinkomsten kon hierdoor een ongelijke behandeling ontstaan van materieel gelijke gevallen.
De staatssecretaris keurt daarom nu goed dat bij een vervroeging van het pensioen tot 60-jarige of latere leeftijd voortaan niet zal worden getoetst of de economische activiteiten dienovereenkomstig worden verminderd. Bij een vervroegde ingangsdatum van de pensioenuitkeringen vóór de 60-jarige leeftijd blijft die toetsing wel plaatsvinden.


MvF 30-08-2011, nr. BLKB/1231M (Stcrt. 2011, 16384)