Lokale lasten: kwijtschelding ook voor zelfstandigen

Kleine zelfstandigen met een inkomen op of onder de bijstandsnorm kunnen voortaan ook aanspraak maken op kwijtschelding voor hun lokale belastingen. Per 1 april 2011 is een wijziging van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 in werking getreden die provincies, gemeenten en waterschappen de mogelijkheid biedt om lokale belastingschulden van kleine zelfstandigen kwijt te schelden.
Voorheen konden kleine zelfstandigen in tegenstelling tot werknemers en uitkeringsgerechtigden geen aanspraak maken op kwijtschelding voor hun lokale belastingen als zij op of onder de bijstandsnorm raken. In 2008 concludeerde een ambtelijke Werkgroep Inkomens- en Kwijtscheldingsbeleid al dat een verruiming van de kwijtscheldingsmogelijkheden voor ondernemers ter zake van decentrale belastingen wenselijk is. Deze verruiming is thans in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 opgenomen. Hierdoor is het nu ook mogelijk dat de regels voor het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding van decentrale belastingen aan particulieren ook wordt toegepast op natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen. Een belangrijke restrictie hierbij is wel dat het om privébelastingen moet gaan, dus geen belastingen die (geheel of gedeeltelijk) verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep. Bijvoorbeeld een aanslag rioolheffing die betrekking heeft op de woning van de ondernemer kan onder de verruimde kwijtscheldingsregels vallen. Maar betreft het een aanslag rioolheffing voor een woon-winkelpand, dan gelden de kwijtscheldingsregels niet. Bij gemengd gebruik prevaleert het zakelijke karakter en geldt de regeling van het crediteurenakkoord (dat is een gezamenlijk akkoord met alle schuldeisers) die voorheen ook voor de privébelastingen van ondernemers gold.
Net als bij werknemers en uitkeringsgerechtigden zal kwijtschelding afhankelijk zijn van de betalingscapaciteit (netto-besteedbare inkomen in de komende twaalf maanden) en het aanwezige vermogen. Omdat de betalingscapaciteit bij zelfstandigen veelal nog niet is in te schatten, kan dit in de praktijk worden opgelost door hen uitstel van betaling te verlenen en pas later een definitieve beslissing te nemen op het kwijtscheldingsverzoek nadat zij een inkomensverklaring van de Belastingdienst over de betrokken periode hebben overgelegd.
Overigens schrijft de staatssecretaris van Financiën in de toelichting bij de aanpassing van de Uitvoeringsregeling dat de autonomie van de decentrale overheidsbesturen voorop staat. Het zijn dus uiteindelijk de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap die bepalen of van de ruimere kwijtscheldingsmogelijkheid voor ondernemers gebruik kan worden gemaakt.


MvF 29-03-2011, nr. DB 2011/57M (Strcrt 2011, 5774)