Als aan een belastingplichtige een reeks aanslagen en of beschikkingen is opgelegd, moet de belastingplichtige zelf in beroep gaan als de besluiten niet in de juiste volgorde zijn genomen. Het is volgens de Hoge Raad niet aan de rechter om ambtshalve onderzoek te doen naar de volgorde van vaststelling van besluiten.
Een inwoner van België heeft over de jaren 1999, 2000, 2001 en 2003 navorderingsaanslagen IB opgelegd gekregen. Bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2002 heeft de inspecteur een fout gemaakt door het verlies uit het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen dubbel in aanmerking te nemen. Rekening houdend met het verlies heeft verrekening met het inkomen uit de jaren 1999, 2000, 2001 en 2003 plaatsgevonden. Deze fout wil de inspecteur herstellen met het op leggen van navorderingsaanslagen. Naar daartegen gemaakt bezwaar stapt de man naar de rechtbank. Uit proceseconomische overwegingen heeft de rechtbank, met instemming van beide partijen, de inspecteur in de gelegenheid gesteld voor het jaar 2002 alsnog een verliesherzieningsbeschikking vast te stellen. Het beroep van de man heeft de rechtbank ongegrond verklaard. De man stapt vervolgens naar het hof die de navorderingsaanslagen vernietigd. De man geeft aan dat geen sprake is geweest van een administratieve fout en dat een dergelijke fout voor hem niet kenbaar was. Het hof vernietigt de navorderingsaanslagen omdat zij voor de afgegeven herzieningsbeschikking zijn opgelegd. De wet biedt geen ruimte om de later alsnog genomen herzieningsbeschikking bij wijze van fictie aan de basis te leggen van de navorderingsaanslagen. Volgens het hof berustte de vaststelling van het in 2002 geleden verlies op een voor de belastingplichtige kenbare administratieve vergissing, die bij de herzieningsbeschikking mocht worden hersteld. De inspecteur had de navorderingaanslagen moeten vernietigen en nieuwe navorderingsaanslagen moeten opleggen. De Hoge Raad moet ten slotte uitkomst bieden.
Ons hoogste rechtscollege geeft aan dat de rechter geen ambtshalve onderzoek behoort te verrichten naar de volgorde van vaststelling van de betrokken besluiten. De belastingplichtige moet een beroep doen op die volgorde of van een beroep afzien. Het hof had de navorderingsaanslagen niet ambtshalve mogen vernietigen vanwege de niet in acht genomen volgorde.
naar boven