De Europese Commissie is van oordeel dat Nederland haar regime voor de fiscale eenheid moet wijzigen. De Europese Commissie heeft hiertoe een officieel verzoek bij Nederland ingediend.
Volgens de huidige Nederlandse belastingwetgeving kunnen twee Nederlandse zusterbedrijven van eenzelfde buitenlandse moedermaatschappij samen geen fiscale eenheid vormen. In de praktijk betekent dit dat bedrijven waarvan de moedermaatschappij zich in een andere lidstaat bevindt, geen gebruik kunnen maken van het regime van de fiscale eenheid. Dit is volgens de Europese Commissie in strijd met de EU-regels. Volgens de Commissie is de vrijheid van vestiging (art. 49 en 54 VwEU en art. 31 en 34 EER-Verdrag) in het geding. De Commissie ziet geen rechtvaardigingsgrond voor deze beperking. De commissie verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 27 november 2008. Toen oordeelde het Hof van Justitie dat een Franse moedermaatschappij en een Franse kleindochteronderneming een fiscale eenheid moeten kunnen vormen, ook al is de tussenliggende dochteronderneming in een andere lidstaat gevestigd.
De Europese Commissie heeft haar verzoek aan Nederland gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure). Als de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij Nederland voor het Europese Hof van Justitie brengen.
Bron: EG-C 16-06-2011, IP/11/719
naar boven