Voorlichting niet voor rekening fiscus

Omdat het van belang is dat de fiscus zijn voorlichtende taak onbelemmerd kan vervullen, moet worden aanvaard dat onjuiste voorlichting door de fiscus in de regel niet voor diens rekening komt. De inspecteur is daarom niet gebonden aan door dergelijke voorlichting gewekte verwachtingen.
Na het doorlopen van het stroomschema in het formulier Verzoek voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting voor het jaar 2002, komt een belastingplichtige tot de conclusie dat zij recht heeft op een voorlopige teruggaaf van het bedrag van de algemene heffingskorting. Uit de wet volgt dat iemand die geen inkomstenbelasting verschuldigd is, in aanmerking kan komen voor de algemene heffingskorting. Voorwaarde daarbij is dat de totale heffingskorting van de partners niet meer bedraagt dan de inkomensheffing die de partners gezamenlijk verschuldigd zijn. Deze informatie staat in de toelichting bij het verzoek. De inspecteur heeft naar aanleiding van het verzoek een voorlopige teruggaaf verleend. Achteraf blijkt dat de echtgenoot van de belastingplichtige heel 2002 in Duitsland heeft gewerkt en zijn arbeidsinkomen daar ook werd belast. In Nederland was hij slechts € 139 aan inkomstenbelasting verschuldigd. Aan de belastingplichtige wordt dan ook een definitieve aanslag IB 2002 opgelegd waarbij rekening wordt gehouden met de door de echtegenoot in Nederland betaalde belasting.
De belastingplichtige doet een beroep op het vertrouwensbeginsel maar de Hoge Raad gaat hier niet in mee. Er is geen sprake van een bewuste standpuntbepaling of een toezegging door de fiscus, maar alleen van een (mogelijk) onjuiste inlichting. Verzoeken om voorlopige teruggaaf worden opgesteld voor algemeen gebruik. In het formulier wordt voorlichting gegeven over hoe het formulier dient te worden ingevuld. Gezien het belang dat de fiscus zijn voorlichtende taak onbelemmerd kan vervullen, moet worden aanvaard dat onjuiste voorlichting door de fiscus in de regel niet voor diens rekening komt. De inspecteur is daarom niet gebonden aan door dergelijke voorlichting gewekte verwachtingen. De definitieve aanslag blijft in stand.

Bron: HR 24-09-2010, nr. 08/03540 (LJN: BM1206)