De inspecteur moet met het opleggen van een naheffingsaanslag BPM wachten tot het kenteken voor de auto is afgegeven. Doet hij dat niet, dan wordt de naheffingsaanslag vernietigd, aldus de rechters van het Hof Den Haag. Volgens de rechters brengt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 mee, dat geen mogelijkheid bestaat tot het naheffen van BPM, zolang het kenteken niet op naam is gesteld. Dit ondanks het feit dat het kenteken pas op naam wordt gesteld, wanneer het volledige bedrag aan BPM is voldaan, welk laatste gegeven voor een inspecteur aanleiding is het zogeheten fiscaal akkoord aan de RDW te geven. Dit zou betekenen dat een naheffingsaanslag die is opgelegd voor de kentekendatum niet betaald hoeft te worden. Maar let op: de inspecteur kan tegen deze uitspraak cassatie aantekenen.
naar boven