Paarden worden duurder

Nederland moet voor de levering, invoer en verwerving van paarden, die niet bestemd zijn voor gebruik bij de bereiding van levensmiddelen voor menselijke en dierlijke consumptie, het hoge btw-tarief toepassen. Het door Nederland toegepaste lage tarief is in strijd met de Zesde Richtlijn.
Daar de betekenis van de bepaling in de verschillende officiële talen van de Unie niet hetzelfde is, moet volgens het Europese Hof voor uitleg van de bepaling worden gelet op de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt. Toepassing van een verlaagd btw-tarief wordt alleen toegestaan voor levende dieren die gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik bij de bereiding van levensmiddelen en de doelstelling van deze bepaling bestaat erin om de aankoop van deze levensmiddelen door de eindconsument te vergemakkelijken. Door het gebruik van het bijwoord ‘gewoonlijk’ in de bepaling doelt de wetgever van de Unie op dieren die gebruikelijk en doorgaans bestemd zijn om te worden gebruikt in de menselijke en dierlijke voedselketen. Dat is met name het geval voor rundvee, schapen, geiten en varkens. Alle leveringen van dieren die tot deze soorten behoren, kunnen dus aan een verlaagd btw-tarief worden onderworpen zonder dat de specifieke situatie van dit of dat dier behoeft te worden onderzocht. Het is daarentegen algemeen bekend dat binnen de Unie paarden zich in een andere situatie dan de hiervoor vermelde diersoorten bevinden. Paarden zijn gewoonlijk en in het algemeen niet bestemd voor gebruik bij de bereiding van levensmiddelen, ook al worden sommige paarden daadwerkelijk voor menselijke of dierlijke consumptie aangewend. Gelet op hun respectieve gebruik, zijn slachtpaarden, wedstrijdpaarden of gezelschapspaarden evenwel geen soortgelijke paarden wanneer deze paarden voor dit gebruik worden verkocht. Deze categorieën van paarden concurreren dus niet met elkaar, zodat zij aan verschillende btw-tarieven kunnen worden onderworpen.
De Europese Commissie heeft de zaak tegen Nederland, die zij had aangespannen bij het Europese Hof van Justitie, gewonnen. De procedure is in gang gezet omdat het wetsvoorstel, waarin de verhoging van het btw-tarief voor paarden is geregeld, niet door de Tweede Kamer is aangenomen.


EG HvJ 03-03-2011, nr. C-41/09