Indien een navorderingsaanslag wordt opgelegd, die uitsluitend is te wijten aan een vergissing van de Belastingdienst, dan verzet het zorgvuldigheidsbeginsel zich ertegen dat aan de belastingplichtige over het nagevorderde bedrag heffingsrente in rekening wordt gebracht.
Een ondernemer, die een computerservicebureau exploiteert, heeft over het jaar 2003 een navorderingsaanslag IB met heffingsrente ontvangen. In zijn aangifte had de ondernemer aangegeven dat hij inkomsten uit het buitenland had genoten ten bedrage van € 282.044 en dat daarop een bronbelasting was ingehouden van € 28.204. Doordat de gegevens van de aangifte door een niet fiscaal geschoold medewerker bij de Belastingdienst verkeerd zijn ingegeven, wordt in de aanslag een bedrag aan aftrek elders belast in mindering gebracht van € 143.333. De aanslag wordt later door de inspecteur gecorrigeerd door het opleggen van een navorderingsaanslag waarbij de aftrek elders belast op nihil wordt gesteld en rekening wordt gehouden met de buitenlandse bronheffing van € 28.204. Daarbij is € 10.222 aan heffingsrente in rekening gebracht. De ondernemer betoogt voor Hof Den Haag allereerste dat sprake is van een ambtelijk verzuim en dat de navorderingsaanslag vernietigd moet worden. Zo niet, dan dient toch op zijn minst de beschikking heffingsrente te worden vernietigd omdat er op de juiste wijze aangifte is gedaan. Volgens het hof is het verschil in het bedrag aan te betalen belasting (ruim € 100.000) zodanig dat de ondernemer had moeten begrijpen dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslag een vergissing had begaan. De navorderingsaanslag is terecht opgelegd. Omdat tegen de beschikking heffingsrente geen bezwaar wordt gemaakt, neemt het hof deze niet in behandeling.
Bij de Hoge Raad heeft de ondernemer meer geluk. De navorderingsaanslag is weliswaar terecht vastgesteld, maar de beschikking heffingsrente wordt vernietigd. Volgens ons hoogste rechtscollege moet een bezwaar tegen de belastingaanslag tevens worden opgevat als een bezwaar tegen een op hetzelfde aanslagbiljet vermelde beschikking inzake heffingsrente die met deze aanslag samenhangt. Daar beschikking heffingsrente uitsluitend te wijten is aan een vergissing van de Belastingdienst, verzet het zorgvuldigheidsbeginsel zich ertegen dat aan de ondernemer over het nagevorderde bedrag heffingsrente in rekening wordt gebracht.
HR 01-10-2010, nr. 09/04669 (LJN: BN8729)
Hof Den Haag 13-10-2009, nr. 07/00550 (LJN: BK0392)
naar boven