Giften vrij van schenkingsrecht

Stichtingen kunnen met een beroep op het gelijkheidsbeginsel recht krijgen op een doorlopende kwijtschelding van schenkingsrecht zoals die ook geldt voor het Nederlandse Rode Kruis. Volgens Hof Arnhem is het aannemelijk dat de minister het Rode Kruis wilde begunstigen. Daarmee is terecht een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel.
Een drietal stichtingen, die ook onder de oude regeling al als algemeen nut beogende instelling (ANBI) werden aangemerkt, ontvangen jaarlijks een bedrag aan schenkingen. Over die schenkingen is 11% schenkingsrecht, het tarief voor ANBI’s, verschuldigd. De drie stichtingen zijn het niet eens met de aanslagen schenkingsrecht. Zij zijn van mening dat zij, net als het Nederlandse Rode Kruis (NRK) en het Prins Bernhard Cultuurfonds (PBF), recht hebben op een doorlopende kwijtschelding van het recht van schenking. Deze doorlopende kwijtschelding van het recht van schenking geniet het NRK en het PBF op grond van besluiten uit 1946 en 1947 en bevestigd in een besluit van 1963. Volgens de stichtingen voldoen het PBF en het NRK niet meer aan de vereisten voor algehele kwijtschelding. De stichtingen doen daarom een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad is van mening dat beroep op het gelijkheidsbeginsel terecht is als sprake is van begunstiging van deze instellingen door de minister. Hof Arnhem moet daarom onderzoeken of de doorlopende kwijtschelding van het schenkingsrecht die het NRK en het PBF in de jaren 2001 tot en met 2004 genoten, berustte op onvoldoende toezicht op naleving van de voorwaarden of op begunstiging.
Hof Arnhem stelt vast dat het NRK vanaf 2001 in ieder geval niet langer voldeed aan de voorwaarden om voor doorlopende kwijtschelding in aanmerking te komen. Ook staat vast dat er vanaf 1946 tot 2004 geen toezicht is uitgeoefend op naleving van de voorwaarden voor (doorlopende) kwijtschelding, terwijl bij een onderzoek onmiddellijk duidelijk zou worden dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan. Door het ontbreken van toezicht over een periode van 55 jaar, is volgens het hof de conclusie gerechtvaardigd dat het bestaan van een oogmerk van begunstiging aannemelijk is. Daarbij komt dat in 2003 bezwaarschriften zijn binnengekomen waarin werd gesteld dat het NRK niet meer aan de voorwaarden voldeed en dat het ministerie op 3 juni 2004 per brief, in het kader van de Vinkenslagaffaire, aan de Tweede Kamer heeft laten weten dat de vrijstelling van schenkingsrecht voor het NRK en het PBF aanzienlijk ruimer wordt toegepast dan de wet toelaat. Deze constatering heeft niet geleid tot intrekking van het besluit. Kortom, er is sprake van begunstiging door de minister. De stichtingen hebben terecht een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. 


Hof Arnhem 11-01-2011, nr. 10/00090 (LJN: BP1632)
Hof Arnhem 11-01-2011, nr. 10/00091 (LJN: BP1629)
Hof Arnhem 11-01-2011, nr. 10/00092 (LJN: BP1628)
HR 26-02-2010, nr. 08/01361 (LJN: BG1120)
HR 26-02-2010, nr. 43 475 (LJN: BG1171)
HR 26-02-2010, nr. 43 270 (LJN: BG1169)