Sinds 1 juli 2011 is de mogelijkheid een schikking te treffen met de inspecteur om strafvervolging te voorkomen vervangen door de fiscale strafbeschikking. De strafbeschikking vloeit voort uit de Wet OM-afdoening, die op 1 februari 2008 gedeeltelijk in werking is getreden. Door deze wet kan het Openbaar Ministerie (OM) een zaak zelf buiten de rechter om bestraffen. Voor fiscale overtredingen en misdrijven is de wet pas per 1 juli 2011 in werking getreden.
De inspecteur kan voortaan een strafbeschikking opleggen voor alle overtredingen en misdrijven die op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen strafbaar zijn. Het uitbrengen van een (fiscale) strafbeschikking is een vorm van strafvervolging. Een strafbeschikking voor een fiscaal misdrijf (geen fiscale overtreding!), zoals het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte, kan tot een strafblad leiden. Overigens is een strafbeschikking alleen mogelijk als op de overtreding of het misdrijf een maximum gevangenisstraf van zes jaar is gesteld, maar dat is bij fiscale delicten altijd het geval. De inspecteur kan alleen een geldboete opleggen en eventueel bepaalde ‘aanwijzingen’ geven. De opgelegde boete kan alleen meer dan € 2.000 zijn, als de inspecteur de betrokkene eerst heeft gehoord. Na het opleggen van een fiscale strafbeschikking heeft de belanghebbende meestal maar twee weken de tijd om hiertegen verzet aan te tekenen bij het OM.
naar boven