Het wetsvoorstel Personenvennootschappen wordt ingetrokken. In een brief aan de Eerste Kamer bericht minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat de primaire doelstelling van de wetgeving – het faciliteren van ondernemers – onvoldoende tot zijn recht komt.
Bij de behandeling eerder dit jaar in de vaste commissie voor Justitie van de Eerste Kamer kwam naar voren dat de regeling te knellend is voor bestaande maatschappen en vennootschappen onder firma en dat dit tot onnodige kosten leidt. Vragen werden gesteld over de helderheid en bruikbaarheid van de wetgeving en de nut en noodzaak van de regelgeving. Deze kritiek was voor de minister aanleiding om de wetsvoorstellen (28 746 – wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek en 31 065 – Invoeringswet) te heroverwegen.
Ook buiten de Eerste Kamer was er weinig steun voor de nieuwe personenvennootschappen. Met name ondernemers in het midden- en klein bedrijf bleken er geen behoefte aan te hebben en vreesden de ermee gepaard gaande kosten. VNO-NCW en MKB Nederland hebben dat standpunt recent nog aan de minister bevestigd.
De minister is nu tot de conclusie gekomen dat de primaire doelstelling van de wetsvoorstellen – het faciliteren van ondernemers – onvoldoende tot zijn recht komt. Hij wil daarom op korte termijn de procedure voor intrekking van de wetsvoorstellen in gang te zetten. Een gezamenlijke plenaire behandeling van deze wetsvoorstellen met de wetsvoorstellen inzake de vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht (31 058 en 32 426) is dan niet langer aan de orde.
naar boven