Slapen telt niet voor meewerkaftrek

Slapen is niet voldoende om aan te nemen dat er sprake is van arbeid. Slaapuren tijdens een wachtdienst als achterwacht tellen dan ook niet mee voor de toepassing van meewerkaftrek. Een belastingplichtige moet overtuigend aantonen dat de uren daadwerkelijk zijn gemaakt.

De echtgenote van een dierenarts fungeert als achterwacht tijdens de wachtdiensten van haar man. De vraag is of zij voldoende uren heeft gemaakt voor de meewerkaftrek. De wachtdiensten duren door de week van half zes 's middags tot acht uur de volgende morgen, in het weekend van vrijdagmiddag half zes tot acht uur maandagmorgen en op feestdagen van acht uur 's morgens tot de volgende ochtend acht uur. Deze uren in aanmerking nemend komt de dierenarts op meer dan 1.750 meewerkuren per jaar en dus de maximale meewerkaftrek.

Volgens de rechtbank tellen achterwachturen van de echtgenote normaal gesproken mee als uren voor de meewerkaftrek. De nachtelijke uren waarin de echtgenote achterwacht was terwijl de dierenarts nog niet was opgeroepen, zijn volgens de rechtbank echter geen arbeidsuren die ten behoeve van de onderneming. Slapen is niet voldoende om aan te nemen dat er sprake is van arbeid. Deze uren tellen dan ook niet mee voor de toepassing van meewerkaftrek. Ook uren die kunnen worden aangemerkt als wederzijdse hulp die zij krachtens hun huwelijksverhouding aan elkaar verschuldigd zijn, tellen niet mee. Omdat onduidelijk is hoeveel uren de echtgenote daadwerkelijk beschikbaarheiddiensten heeft gedraaid, kan niet worden beoordeeld of de echtgenote meer dan normale bijstand heeft verleend. De geclaimde meewerkaftrek is dan ook terecht nagevorderd.


achtergrond: Echtgenoot (partner) en onderneming
Rb. Arnhem 16-06-2008, nrs. AWB07/3146, AWB07/3147, AWB07/3148, AWB07/3149