Gehuwd maar duurzaam gescheiden

Volgens Hof Arnhem moet het begrip duurzaam gescheiden echtgenoten zo worden uitgelegd dat echtgenoten, die in een kalenderjaar niet langer dan zes maanden een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd, niet als partner dienen te worden aangemerkt indien deze toestand door hen beiden als bestendig is bedoeld.

Een belastingplichtige trouwt in 2005. De belastingplichtige en haar echtgenoot wonen en werken ieder in een andere woonplaats. De echtgenoten hebben nooit een gemeenschappelijke huishouding gevoerd. In november 2005 wordt uit het huwelijk een kind geboren dat bij de moeder woont. De moeder heeft ook een dochter uit een vorig huwelijk. In haar aangifte inkomstenbelasting 2005 verzoekt de moeder om toepassing van de kinderkorting, de aanvullende kinderkorting, de alleenstaande-ouderkorting en de aanvullende alleenstaande-ouderkorting. De inspecteur weigert deze kortingen omdat de verzamelinkomens van de moeder en haar echtgenoot samen meer bedragen dan de daarvoor geldende grens.

Na in het ongelijk gesteld te zijn bij Rechtbank Arnhem, heeft de moeder bij het hof meer succes. Volgens het hof moet het begrip duurzaam gescheiden echtgenoten zo worden uitgelegd dat echtgenoten die in een kalenderjaar niet langer dan zes maanden een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd niet als partner dienen te worden aangemerkt indien deze toestand door hen beiden, althans een hunner, als bestendig is bedoeld. Het is immers de bedoeling van de wetgever geweest om gehuwden en ongehuwd samenwonenden in vergelijkbare situaties zoveel mogelijk gelijk te behandelen. Het verzamelinkomen van de moeder moet daarom alleen in aanmerking worden genomen en daardoor heeft zij recht op de kinderkorting, de aanvullende kinderkorting, de alleenstaande-ouderkorting en de aanvullende alleenstaande-ouderkorting.


Hof Arnhem 04-08-2009, nr. 08/00383