Pas op met vergoeding werkkamer

Door zich niet te informeren over de fiscale gevolgen en toepasselijke wettelijke regelingen, kan aan een bv grove schuld worden toegerekend voor het verstrekken van een onjuiste kostenvergoeding aan de dga in verband het gebruik van een kantoorruimte in de eigen woning. Aan de bv is daarom terecht een vergrijpboete opgelegd.

Een dga ontving van zijn bv van 2001 tot en met 2003 jaarlijks een vergoeding voor het gebruik van de werk-kamer thuis. Deze vergoeding werd in 2001 voor het eerst verstrekt. De dga beschikte niet over werkruimte elders en verdiende 70% of meer van zijn arbeidsinkomen in of vanuit die werkruimte en meer dan 30% van zijn arbeidsinkomen in die werkruimte. Voor de hoogte van de vergoeding is de bv niet uitgegaan van 20% van de huurwaarde (afgeleid van de WOZ-waarde), zoals wettelijk is voor-geschreven. Na een boekenonderzoek volgt een naheffingsaanslag loonbelasting plus boete. Voor Hof Leeuwarden speelt de vraag of de boete terecht is opgelegd.

De normering van de kostenvergoeding staat sinds 2001 in de wet. Volgens het hof is daarmee voor de bv sprake van een regeling die van toepassing is op een nieuwe situatie. Omdat de bv de vergoeding pas in 2001 heeft ingesteld, had zij zich op dat moment moeten informeren over de fiscale gevolgen en toepasselijke wettelijke regelingen voor een dergelijke vergoeding. Er kan daarom aan de bv grove schuld worden toegerekend. De vergrijpboete is terecht opgelegd. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof zonder nadere motivering bevestigd.


HR 12-09-2008, nr. 07/10017 (art. 81 RO); Hof Leeuwarden 08-06-2007, nr. 06/00070