Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil voorkomen dat werknemers van 62 jaar en ouder, die de levensloopregeling gebruiken voor vroegpensioen, ook in aanmerking komen voor de doorwerkbonus. In 2009 is dat door een weeffout in het voorstel voor de doorwerkbonus nog mogelijk.
Van de in Belastingplan 2009 voorgestelde doorwerkbonus kunnen ook oudere werknemers die met verlof gaan via de levensloopregeling profiteren. De opgenomen levenslooptegoeden (of levensloopuitkeringen indien er sprake is van een levensloopverzekering) worden aangemerkt als inkomen uit tegenwoordige arbeid als de dienstbetrekking in stand blijft tijdens de verlofperiode. De Belastingdienst kan echter voor de toepassing van de doorwerkbonus geen onderscheid maken tussen opgenomen levensloopuitkeringen en loon. Hetzelfde geldt voor andere kortingen voor werkenden. Naast de doorwerkbonus gaat het in 2009 om de arbeidskorting, de combinatiekorting, de (inkomensafhankelijke) aanvullende combinatiekorting en de aanvullende alleenstaande-ouderkorting. Hoe groot het voordeel voor de werknemer is, is volgens de minister moeilijk aan te geven, omdat dit van meerdere factoren afhankelijk is. In antwoord op vragen van het Kamerlid Koser Kaya (D66) geeft de minister ter indicatie een voorbeeldberekening: iemand met een arbeidsinkomen van anderhalf maal modaal (ca. € 45.000) gebruikt de levensloopregeling voor drie jaar verlof tegen 70% van het laatst verdiende loon, Zijn voordeel van de arbeidskorting en de doorwerkbonus loopt dan op tot in totaal ongeveer € 11.000 over de verlofperiode.
Volgens de minister leidt dit niet tot een impliciete belasting op doorwerken, omdat iemand die blijft doorwerken de doorwerkbonus eveneens ontvangt. De minister verwacht geen groot effect op de arbeidsparticipatie, omdat het aantal deelnemers aan de levensloopregeling beperkt is. Wel zal het kabinet bekijken of de fiscale wet- en regelgeving op dit punt kan worden aangepast. Het kabinetsbeleid wil immers langer doorwerken stimuleren. Dan is het niet gewenst dat fiscale voordelen, die zijn bedoeld om langer doorwerken te stimuleren, worden toegekend in situaties waarin niet feitelijk wordt doorgewerkt.
naar boven