De regeling voor het op een ongebruikelijk tijdstip genieten van loon is niet van toepassing als geheel van loon is afgezien.
De aandelen van een vennootschap zijn in handen van een stichting. De bestuurder van de stichting en tevens directeur van de vennootschap heeft een partner die in dienst is bij de vennootschap. Deze partner wordt met ingang van 1 september 1999 als arbeidsgehandicapte aangemerkt. De vennootschap sluit op dezelfde dag met hem een arbeidsovereenkomst waarin is vastgelegd dat hij geen aanspraken heeft en zal maken op subsidies, voorzieningen alsmede vergoeding(en) die de vennootschap voor zijn handicap, ziekte enzovoort zijn, kan en/of zal worden toegekend en/of ontvangen.
Vanwege zijn ziektedagen van oktober 1999 tot eind 2001 is op verzoek van de vennootschap ongeveer € 59.000 ziekengeld uit-betaald, dat de vennootschap op grond van de arbeidsovereenkomst niet aan de werknemer heeft doorbetaald en waarover geen loonheffing is ingehouden.
De inspecteur is van mening dat als het ziekengeld niet op het moment van ontvangst door de vennootschap in de loonheffing wordt betrokken, het ziekengeld op een ongebruikelijk tijdstip zal worden genoten. Op grond van de regeling voor het op een ongebruikelijk moment genieten van loon, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op.
De Hoge Raad oordeelt dat de regeling voor het op een ongebruikelijk moment genieten van loon geldt voor de situatie waarin 'is overeengekomen dat loon (...) op een ongebruikelijk tijdstip zal worden genoten'. Overeenkomsten tot een uitgestelde en een vervroegde betaling van loon worden erdoor bestreken. De regeling is echter niet van toepassing als helemaal van het genieten van loon is afgezien.
Een werk-nemer heeft in de regel geen belang bij het afzien van loon. Dit zal zich met name voordoen in gevallen waarin een werknemer en een aanmerkelijkbelanghouder met elkaar verbonden zijn.
naar boven