Gelijke behandeling voor EK-speler

Gelijke behandeling voor EK-speler

Een in het buitenland wonende Nederlandse voetballer die deelnam aan het EK 2000 moet voor de heffing over zijn EK-inkomsten gelijk behandeld worden als een buitenlandse deelnemer aan het EK 2000 in Nederland en België. De Hoge Raad bevestigde onlangs de eerdere uitspraak van Hof Den Bosch hierover.

Voor het in 2000 in Nederland en België gehouden EK-voetbal was voor spelers een fiscale regeling getroffen. Op grond van deze regeling waren alle voetballers uit de 16 deelnemende landen op het EK onderworpen aan een bronheffing van 18% over hun EK-inkomsten. De Nederlandse fiscus zou hen vervolgens niet lastig vallen met een aangifte IB in verband met de genoten EK-inkomsten. Een uitzondering gold voor de spelers van het Nederlandse team, voor wie de gebruikelijke heffingsregels zouden gelden.

Een speler van het Nederlands elftal, woonachtig (en spelend) in het buitenland, maakte tegen deze gang van zaken bezwaar. Volgens hem was hier sprake van ongelijke behandeling ten opzichte van andere in het buitenland wonende spelers die op het EK voor een ander nationaal team uitkwamen. Aan die buitenlandse spelers en zelfs vier in Nederland wonende buitenlandse spelers was geen IB-aanslag terzake van hun -EK-inkomsten opgelegd.

De inspecteur betoogde voor Rechtbank Breda en in beroep voor Hof Den Bosch dat hier geen sprake was van gelijke gevallen. Volgens de inspecteur was het verschil in nationaliteit reden voor de ongelijke behandeling. Hof Den Bosch oordeelde echter dat de vraag voor welk team een speler uit mag komen fiscaal irrelevant is.

De argumenten van de fiscus ter rechtvaardiging van een ongelijke behandeling - druk door de UEFA bij totstandkoming van de regeling voor EK-deelnemers, uitvoeringsproblemen, buitenlandse spelers zijn in eigen land voor de EK-inkomsten belastingplichtig - vonden evenmin steun bij de rechter.

De staatssecretaris was tegen deze hofuitspraak in cassatie gegaan, maar de Hoge Raad bevestigde onlangs de uitspraak van Hof Den Bosch zonder nadere toelichting.


HR 09-01-2009, nr. 43 758 (ar. 81 RO); Hof Den Bosch 09-11-2006, nr. 06/00131