Door het overtreden van het voor commanditaire vennoten geldende verbod om beheersdaden te verrichten, wordt een commanditaire vennoot ondernemer en kan hij gebruik maken van alle ondernemersfaciliteiten. Volgens de Hoge Raad is daarvoor voldoende dat het verbod wordt overtreden.
Een commanditair vennoot claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 de zelfstandigenaftrek. De man is sinds 1994 commandite in een commanditaire vennootschap (CV) die in caravans handelt en deze repareert. De beherend vennoot is een bv waarvan de man directeur/enig aandeelhouder is. Volgens de vennootschapsovereenkomst komen de winst en het verlies na aftrek van vergoedingen voor de bv en de andere commanditaire vennoot ten goede aan de dga. De dga hoeft als commandite echter niet meer in het verlies bij te dragen dan tot het saldo van z'n kapitaalrekening.
In 2001 krijgt de bv geen vergoeding van de CV. De dga kreeg een negatief resultaat toegerekend. Voor Hof Leeuwarden betoogt de dga dat hij als commanditair vennoot het verbod om beheersdaden te verrichten heeft overtreden door de werkzaamheden die hij heeft verricht. Daardoor moet hij als ondernemer worden aangemerkt en omdat hij voldoet aan het urencriterium, heeft hij recht op de zelfstandigenaftrek. De opsomming van werkzaamheden is voor het hof voldoende reden om overtreding van het verbod aannemelijk te vinden. De commanditair vennoot is als ondernemer aan te merken.
De staatssecretaris vindt de enkele stelling van de commandite dat hij het verbod heeft overtreden onvoldoende om hem als ondernemer in de zin van de wet aan te merken en stapt naar de Hoge Raad. Volgens de Hoge Raad heeft de commanditair vennoot op basis van de feitelijk verrichte werkzaamheden aannemelijk gemaakt dat hij het verbod heeft overtreden. De commanditair vennoot moet als ondernemer worden aangemerkt en heeft recht op zelfstandigenaftrek.
naar boven