De staatssecretaris heeft vragen van Tweede Kamerleden over het convenant dat is gesloten met de prostitutiebranche beantwoord.
Uitgangspunt voor de vaststellingsovereenkomst met de prostitutiebranche was dat exploitanten en sekswerkers de mogelijkheid krijgen op eigen verzoek het loonbelastingregime toe te passen. Daarvoor bestond veel onduidelijkheid over de aard van de arbeidsrelatie, wat weer tot veel moeizame procedures leidde.
Onderdeel van het voorwaardenpakket is de onbelaste kostenvergoeding. De Wet loonbelasting biedt de mogelijkheid om, als er door de werknemers kosten worden gemaakt, deze onbelast te vergoeden. Op basis van daadwerkelijk gebleken ervaringscijfers heeft de inspecteur, in overleg met de branche, de kostenvergoeding vastgesteld op 20%. De vergoeding is bedoeld voor vervoer, attributen en telefoonkosten en dergelijke. In veel situaties bleek het percentage voor reiskosten al hoger te liggen dan het vastgestelde percentage van 20%. Kosten voor gangbare kleding en persoonlijke verzorging komen niet voor vrije vergoeding in aanmerking.
Volgens de staatssecretaris kan, wanneer dit nodig en wenselijk is, met een juiste feitelijke onderbouwing ook door andere branches een soortgelijke overeenkomst worden gesloten.
naar boven