Partners in belastingzaken

Staatssecretaris De Jager wil een basis-partnerbegrip in de Algemene wet inzake rijksbelastingen introduceren. Hierdoor verdwijnt de keuze in de IB voor ongehuwd samenwonenden voor fiscaal partnerschap.

Onder het basis-parnerbegrip vallen gehuwden, geregistreerde partners en ongehuwden met een notarieel samenlevingscontract. Afzonderlijke wetten zullen aanvullingen op het basisbegrip regelen. Daarbij worden objectief controleerbare criteria gehanteerd. Ook het partnerbegrip in de Successiewet 1956 gaat deels op de schop. De verzorgingsgedachte is daar een onmisbaar element in het partnerbegrip. Vanwege de wettelijke wederzijdse zorgplicht vallen echtgenoten en geregistreerde partners zonder meer onder het partnerbegrip. Ook personen die niet in de rechte lijn aan elkaar verwant zijn en die na hun 18e jaar een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd, komen voor het partnerschap in aanmerking, mits de wederzijdse zorgplicht bij de notaris is vastgelegd in een samenlevingscontract. Extra voorwaarde is dat de gemeenschappelijke huishouding tot aan het overlijden ten minste zes maanden heeft geduurd en in geval van schenking ten minste 24 maanden. Uiteraard moet men op hetzelfde adres staan ingeschreven in de GBA.

De verhoogde vrijstelling en een laag tarief gelden niet meer als men alleen langdurig samenwoont. Partnerschap tussen ouders en kinderen is ook niet langer mogelijk. Een uitzondering is eventueel mogelijk als de gemeenschappelijke huishouding tot aan het overlijden of de schenking heeft geduurd en uitsluitend door een dwingende medische reden is verbroken.


MvF 15-04-2009, nr. DB/2009/181M