Geen 12 jaarstermijn bij alimentatie

Voor alimentatie, die via een in Nederland gevestigde pensioen-bv van de in het buitenland woonachtige ex-echtgenoot wordt ontvangen en die wordt uitbetaald op de Nederlandse bankrekening van de belastingplichtige, geldt volgens Rechtbank Den Haag niet de 12 jaarstermijn.

De betrokken belastingplichtige kreeg op 8 augustus 2006 een navorderingsaanslag over 1998 in verband met in dat jaar ontvangen alimentatie van haar ex-echtgenoot. De inspecteur meende dat de 12 jaarstermijn in dit geval van toepassing was, omdat het ging om inkomen uit het buitenland. De alimentatieplichtige ex-echtgenoot was sinds 1995 woonachtig in het buitenland.

De Haagse rechter overweegt dat voor de toepassing van de 12 jaarstermijn vereist is dat het inkomensbestanddeel in het buitenland is gehouden of opgekomen. De bepaling strekt zich ook uit over uit het buitenland afkomstige inkomens- of winstbestanddelen die door de wijze waarop de belastingplichtige zich deze laat uitbetalen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus zijn gebleven. In dit geval zijn de alimentatiebedragen betaald vanaf een in Nederland aangehouden bankrekening van de in Nederland gevestigde pensioen-bv van de ex-echtgenoot aan de in Nederland aangehouden bankrekening van de belastingplichtige. Volgens de rechter kan daarom niet gesteld worden dat de alimentatiebetalingen uit het buitenland stammen en door de wijze van betaling buiten het zicht van de fiscus zijn gebleven. De inspecteur werd hierdoor niet beperkt in zijn controle- en informatiebevoegdheden. De vermelding van 'aanvulling saldo' bij de betalingen en de omstandigheid dat de ex-echtgenoot in het buitenland woonde, waren voor de rechter niet doorslaggevend. De aanslag is niet tijdig opgelegd en wordt om die reden vernietigd.


Rb. Den Haag 31-03-2009, nr. AWB 07/9262 IB/PV