De drempel voor de in aanmerking te nemen buitengewone uitgaven moet volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 worden bepaald aan de hand van het verzamelinkomen.
Een medewerker van de Europese Octrooiorganisatie voert in zijn aangifte 2005 een bedrag van € 6.226 op aan ziektekosten. Met de inspecteur verschilt hij van mening over de vraag of voor de bepaling van de drempel voor de in aanmerking te nemen buitengewone uitgaven het salaris dat hij verdient bij de Europese Octrooiorganisatie buiten beschouwing moet blijven of niet.
De rechtbank Den Haag overweegt dat volgens de Wet IB de drempel voor de in aanmerking te nemen buitengewone uitgaven, waartoe de uitgaven wegens ziekte behoren, wordt bepaald aan de hand van het verzamelinkomen. Tot het verzamelinkomen behoort het inkomen uit werk en woning, waaronder dus ook het door de belastingplichtige van de Europese Octrooiorganisatie genoten salaris. Weliswaar bepaalt het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie dat dit salaris vrij is van nationale inkomstenbelasting, maar volgens het protocol kunnen de deelnemende landen in de Europese Octrooiorganisatie met de salarissen en emolumenten van de werknemers van de Octrooiorganisatie wel rekening houden bij de berekening van de belasting die verschuldigd is over inkomsten uit andere bronnen. Het Protocol staat, naar het oordeel van de rechtbank, een reguliere berekening van de drempel voor de in aanmerking te nemen buitengewone uitgaven niet in de weg. Volgens de rechtbank is het Protocol uitsluitend bedoeld om de belastingheffing over het door de Europese Octrooiorganisatie betaalde salaris niet aan Nederland toe te wijzen. Maar voor de bepaling van de drempel van de buitengewone uitgaven moet dit loon wel in aanmerking worden genomen.
naar boven