Maatschappelijk niet ongebruikelijk

De verstrekker van een lening aan het bedrijf van zijn vader loopt de mogelijkheid mis om de lening af te waarderen en het verlies in mindering te brengen op zijn box 1-inkomen, omdat de lening niet als een ongebruikelijke terbeschikkingstelling kan worden aangemerkt.

Een zoon verstrekt in 2003 een lening aan een bedrijf waarin zijn vader een aanmerkelijk belang heeft. Er wordt een akte van lening opgemaakt en er wordt een rentevergoeding van 7% per jaar afgesproken die maandelijks moet worden voldaan. De uiterlijke aflossingsdatum is 31 december 2004 en de hoofdsom is onmiddellijk opeisbaar bij faillissement of bij een overtreding van de overeenkomst. Na oktober 2003 heeft het bedrijf meerdere leningen met derden gesloten voor in totaal € 800.000. In 2003 en 2004 leidt het bedrijf verliezen, waarna het bedrijf op 16 maart 2005 failliet wordt verklaard. De zoon heeft de rente-inkomsten in 2003 niet in zijn aangifte IB opgenomen. In 2004 wil de zoon, als gevolg van de afwaardering van de lening tot nihil, een verlies in aanmerking nemen bij het resultaat uit overige werkzaamheden. Dit kan alleen als de lening als een ongebruikelijke terbeschikkingstelling kan worden aangemerkt. Rechtbank Haarlem is echter van mening dat de lening niet als ongebruikelijk kan worden aangemerkt. Er is een zakelijke rente bedongen, de lening en de voorwaarden zijn zakelijk, op het moment van het verstrekken van de lening was het bedrijf nog heel goed in staat om de lening af te lossen. Ook de overige feiten en omstandigheden bieden geen houvast voor de stelling dat er sprake is van een ongebruikelijke lening. Zoonlief kan het verlies vanwege de afwaardering van de lening tot nihil niet in mindering brengen op zijn inkomen uit werk en woning.


Rb. Haarlem 26-11-2009, nr. 08/6930