Aanslag moet per persoon

Wanneer een schenking plaatsvindt aan twee of meer natuurlijke of rechtspersonen, moet ieder van hen voor het recht van schenking afzonderlijk als verkrijger worden aangemerkt. Het is niet toegestaan de verkrijgingen van deze personen in één aanslag te betrekken die aan hen gezamenlijk wordt opgelegd.

Een echtpaar heeft begin oktober 1999 met hun zoon een gebruikersovereenkomst gesloten, die hen het recht geeft gebruik te maken van een aan de zoon toebehorend woonhuis. De overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan. De kosten voor gas, water en licht komen voor rekening van het echtpaar. Ook is het echtpaar € 272 per maand aan huur verschuldigd. De waarde van de onroerende zaak bedraagt echter € 623.296. In zijn testament legt de zoon vast dat de gebruiksovereenkomst bij overlijden naar zijn erfgenamen overgaat. De erfgenamen krijgen recht op de bloot eigendom, zijn ouders krijgen het vruchtgebruik toebedeeld. Pas na het overlijden van de ouders groeit het bloot eigendom aan tot de volle eigendom. De aanslag recht van schenking wordt in één aanslag aan het echtpaar opgelegd. Volgens de rechtbank en het hof in Arnhem is het op basis van de Successiewet mogelijk om meerdere verkrijgers van een gezamenlijke schenking in één aanslagbiljet te vermelden. Ook worden partners in de Successiewet voor de berekening van het successierecht als één en dezelfde persoon aangemerkt. De aanslag is terecht opgelegd. Het echtpaar is het hier niet mee eens en stapt naar de Hoge Raad. Volgens de Hoge Raad moet voor een schenking, die plaatsvindt aan twee of meer natuurlijke of rechtspersonen, ieder van die personen afzonderlijk als verkrijger worden aangemerkt. Omdat een aanslag in het recht van schenking moet worden opgelegd aan de verkrijger, is het niet toegestaan de verkrijgingen van deze personen in één aanslag te betrekken die aan hen gezamenlijk wordt opgelegd.


HR 19-02-2010, nr. 08/02696