Een echtgenote kan door de Belastingdienst aansprakelijk worden gesteld voor openstaande belastingschulden van haar echtgenoot. Belastingschulden zijn niet verknocht aan de echtgenoot en vallen daarom in de huwelijksgemeenschap.
De ontvanger stelt in 2004 een vrouw aansprakelijk voor de helft van de openstaande belastingschulden van haar man voor de jaren 1997 tot en met 1999. Het echtpaar is in gemeenschap van goederen gehuwd geweest maar heeft het huwelijksregime in november 1999 laten omzetten naar huwelijkse voorwaarden waarbij iedere gemeenschap is uitgesloten. In 2001 probeert de ontvanger beslag te leggen op de roerende zaken van de man, maar deze blijken evenals een pand, op naam van de vrouw te staan. Omdat de ontvanger er niet in slaagt verhaalsobjecten te vinden besluit hij de echtgenote aansprakelijk te stellen voor het deel van de schuld dat bestond voor het opmaken van de huwelijkse voorwaarden.
Uiteindelijk belandt de vrouw bij de Hoge Raad omdat zij van mening is dat zij alleen aansprakelijk kan worden gesteld door middel van een dagvaarding door de burgerlijke rechter. De Hoge Raad vindt echter dat de ontvanger de vrouw terecht op basis van de invorderingswet aansprakelijk heeft gesteld. Er is geen wettelijke bepaling die voor een geval als dit de wijze van aansprakelijkstelling en de daarmee samenhangende rechtsgang verhindert. Uit de parlementaire geschiedenis valt af te leiden dat het uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever was om een aansprakelijkheid als deze via de invorderingswet mogelijk te maken. Het is daarom logisch dat de procedure voor de belastingrechter plaatsvindt.
Ook de enkele omstandigheid dat het hier gaat om belastingschulden van de echtgenoot wil niet zeggen dat er sprake is van een verknochtheid waardoor de schulden niet in de huwelijksgemeenschap zouden vallen.
naar boven